Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0107

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde. Uit het RAD blijkt dat klager bij het lossen van de werkers voor de werkhuizen aan de opsteller had gevraagd wie de collega’s waren die een gedetineerde hadden geslagen. De opsteller had hierop geantwoord dat dat niet de zaken waren van klager. Hierop zou klager hebben gezegd dat hij “ze buiten zal vinden en door de kop zal schieten, hij zal hun hele familie neuken.” De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen van het personeelslid ontkent. Hij zou helemaal niets hebben gezegd.

De klachtencommissie meent dat het RAD voldoende duidelijk werd opgesteld en dat klager geen geloofwaardige elementen heeft aangevoerd (behalve het louter ontkennen) waaruit zou moeten blijken dat de vaststellingen in het RAD geen correcte weergave was van de realiteit. De klachtencommissie meent dat het dossier ook geen dergelijke elementen bevat. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directie heeft de uitspraken van klager gekwalificeerd als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De klachtencommissie is echter van oordeel dat noch de psychische integriteit van de opsteller van het RAD aangetast werd, aangezien de uitspraken niet over hem gingen, noch dat de psychische integriteit van de personeelsleden in kwestie werden aangetast nu de vermeende bedreigingen niet rechtstreeks aan hun adres werden geuit en het niet eens zeker is dat deze personeelsleden (onrechtstreeks) ooit weet hebben gehad van de bedreigingen. De klachtencommissie meent daarentegen dat de uitspraken wel gekwalificeerd kunnen worden als de bedreiging van de fysieke integriteit van personen.

De klachtencommissie merkt daarnaast op dat in de tuchtbeslissing ook de opzettelijke aantasting van de orde werd aangekruist als tuchtrechtelijke inbreuk. In de omschrijving van de feiten bovenaan op de eerste pagina van de tuchtbeslissing is er sprake van ordeverstoring, kloppen en slaan op de celdeur, vernielingen op cel. De klachtencommissie is van oordeel dat deze tuchtrechtelijke inbreuk niet in redelijkheid en billijkheid bewezen kon worden in hoofde van klager aangezien van deze feiten geen melding wordt gemaakt in het RAD, noch in de rest van het tuchtdossier, deze feiten ook niet ter sprake kwamen tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en ook niet in de motivering van de tuchtbeslissing.

Om deze redenen is de klacht kennelijk gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en de feiten gekwalificeerd dienen te worden als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan. Deze gedeeltelijke vernietiging en herkwalificatie heeft geen invloed op de wettelijk toegestane maximumsanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 17 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie redelijk en billijk was aangezien het tuchtregister van klager meerdere tuchtrechtelijke veroordelingen voor beledigingen van of bedreigingen naar personeel vermeldt. Klager blijkt dus hardleers te zijn.