KC10/24-0111
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Klager diende op 07.09.2024 zijn klacht in. Uit het verweer van de directie blijkt dat er pas op 11.09.2024 een tuchtrechtelijke hoorzitting stond ingepland. Bijgevolg kon de klacht enkel gericht zijn tegen het rapport aan de directeur (RAD) dat op 06.09.2024 werd opgemaakt. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur maar van een personeelslid. De Basiswet stelt immers dat wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, hij/zij een rapport aan de directeur opstelt.
Een gedetineerde kan ook een ontvankelijke klacht indienen tegen het verzuim of de weigering van de directie om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn. Uit het verweer van de directie en het bijgevoegde mailverkeer blijkt dat de directie geen vraag van klager in verband met de beambte in kwestie heeft ontvangen. Bijgevolg kan er ook geen sprake zijn van een verzuim van de directie om hierover een beslissing te nemen.
De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager diende op 07.09.2024 zijn klacht in. Uit het verweer van de directie blijkt dat er pas op 11.09.2024 een tuchtrechtelijke hoorzitting stond ingepland. Bijgevolg kon de klacht enkel gericht zijn tegen het rapport aan de directeur (RAD) dat op 06.09.2024 werd opgemaakt. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur maar van een personeelslid. De Basiswet stelt immers dat wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, hij/zij een rapport aan de directeur opstelt.
Een gedetineerde kan ook een ontvankelijke klacht indienen tegen het verzuim of de weigering van de directie om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn. Uit het verweer van de directie en het bijgevoegde mailverkeer blijkt dat de directie geen vraag van klager in verband met de beambte in kwestie heeft ontvangen. Bijgevolg kan er ook geen sprake zijn van een verzuim van de directie om hierover een beslissing te nemen.
De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.