Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0117

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Uit het RAD blijkt dat de opsteller en zijn twee collega’s klager hadden gecontroleerd toen hij de bezoekerstoiletten bij de portier verliet. Klager werkte als fatiek van het magazijn en vult in zijn functie onder andere de zeep en handdoekrollen bij. De beambten hadden een anonieme tip gekregen dat klager gsm’s zou binnensmokkelen via de bezoekerstoiletten. Na controle bleek dat klager een lege zeepdispenser vast had met daarin twee smartphones, laders, een simkaart en een router. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen niet ontkent. Hij voelt zich er ingeluisd omdat hij denkt dat hij de afleiding was voor iets anders. Volgens klager is er eigenlijk ook niets gebeurd omdat hij betrapt werd in de inkom.

De klachtencommissie meent dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De wettelijke omschrijving van de tuchtinbreuk is het bezit van technologische middelen. Er bestaat geen betwisting over het feit dat klager betrapt werd terwijl hij gsm’s en toebehoren vast had. Het argument van klager dat hij de gsm’s nog niet in het cellulair gedeelte van de gevangenis had gesmokkeld, is daarom irrelevant. De directeur legde de wettelijke maximale tuchtsanctie op voor een tuchtinbreuk van eerste categorie. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. De directie heeft in de tuchtbeslissing de voor haar verzwarende omstandigheden opgesomd en de klachtencommissie onderschrijft deze.

Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.