KC10/24-0136
Ongegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - ONTSLAG
De klacht is gericht tegen verlies van werk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij nadat hij op 23.10.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd met ATV, ook nog eens zijn werk kwijt is. De klachtencommissie besluit dat de omstandigheid dat klager na afloop van zijn ATV-sanctie ook niet meer mocht gaan werken, het gevolg is van een beslissing van de directie namelijk om zijn functie aan een andere gedetineerde toe te wijzen en klager op de wachtlijst te plaatsen. De klacht is bijgevolg ontvankelijk.
Een klacht is gegrond indien de klachtencommissie van oordeel is dat de beslissing waarover geklaagd is:
1) in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag; of
2) bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie heeft gehandeld conform de dienstnota van 18.06.2015. De beslissing was dus alvast niet onwettig. De klachtencommissie acht de beslissing van de directie ook niet onredelijk of onbillijk aangezien de continuïteit van de dienstverlening moet gegarandeerd blijven en er heel veel vraag is naar werk. Om deze redenen acht de klachtencommissie de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht is gericht tegen verlies van werk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij nadat hij op 23.10.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd met ATV, ook nog eens zijn werk kwijt is. De klachtencommissie besluit dat de omstandigheid dat klager na afloop van zijn ATV-sanctie ook niet meer mocht gaan werken, het gevolg is van een beslissing van de directie namelijk om zijn functie aan een andere gedetineerde toe te wijzen en klager op de wachtlijst te plaatsen. De klacht is bijgevolg ontvankelijk.
Een klacht is gegrond indien de klachtencommissie van oordeel is dat de beslissing waarover geklaagd is:
1) in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag; of
2) bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie heeft gehandeld conform de dienstnota van 18.06.2015. De beslissing was dus alvast niet onwettig. De klachtencommissie acht de beslissing van de directie ook niet onredelijk of onbillijk aangezien de continuïteit van de dienstverlening moet gegarandeerd blijven en er heel veel vraag is naar werk. Om deze redenen acht de klachtencommissie de klacht kennelijk ongegrond.