KC10/25-0033
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
(1) FOUILLE OP HET LICHAAM – BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL (2) EXTERNE RECHTSPOSITIE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID
De klacht betreft de behandeling van zijn dossier voor voorwaardelijke invrijheidsstelling en een vermeende naaktfouille en BVM.
(1) Wat betreft de fouillering op het lichaam en de BVM blijkt dat uit de bijkomende informatie verstrekt door de directie dat dergelijke maatregelen niet zijn genomen. Derhalve moet worden geconcludeerd dat dit aspect van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
(2) Wat betreft de behandeling van klagers VI-dossier, dient te worden opgemerkt dat de klachtencommissie enkel bevoegd is om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden.
De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder de voorwaardelijke invrijheidsstelling, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor ook dit aspect van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
De klachtencommissie kan de klachten niet inhoudelijk beoordelen.
De klacht betreft de behandeling van zijn dossier voor voorwaardelijke invrijheidsstelling en een vermeende naaktfouille en BVM.
(1) Wat betreft de fouillering op het lichaam en de BVM blijkt dat uit de bijkomende informatie verstrekt door de directie dat dergelijke maatregelen niet zijn genomen. Derhalve moet worden geconcludeerd dat dit aspect van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
(2) Wat betreft de behandeling van klagers VI-dossier, dient te worden opgemerkt dat de klachtencommissie enkel bevoegd is om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden.
De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder de voorwaardelijke invrijheidsstelling, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor ook dit aspect van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
De klachtencommissie kan de klachten niet inhoudelijk beoordelen.