TUCHT
De klacht betreft een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door twee getuigen. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting zegt klager dat hij het zo niet heeft gezegd, maar onderbouwt dit verder niet. De bewoordingen die klager volgens hem wel gebruikt zou hebben, zijn bovendien alsnog van bedreigende aard. De klachtencommissie begrijpt dat de opsteller van het RAD zich bedreigd voelde in zijn psychische integriteit, gezien het achtervolgen en blijven discussiëren door klager. De klachtencommissie besluit hieruit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een tuchtsanctie op van veertien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie stelt bovendien aan de hand van de dossierstukken vast dat klager afgelopen drie maanden reeds twee maal een tuchtsanctie werd opgelegd wegens bedreigingen en het negeren van een bevel. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat een tuchtsanctie van 14 dagen ATV dan ook niet onredelijk of onbillijk was.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
De klacht betreft een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door twee getuigen. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting zegt klager dat hij het zo niet heeft gezegd, maar onderbouwt dit verder niet. De bewoordingen die klager volgens hem wel gebruikt zou hebben, zijn bovendien alsnog van bedreigende aard. De klachtencommissie begrijpt dat de opsteller van het RAD zich bedreigd voelde in zijn psychische integriteit, gezien het achtervolgen en blijven discussiëren door klager. De klachtencommissie besluit hieruit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een tuchtsanctie op van veertien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie stelt bovendien aan de hand van de dossierstukken vast dat klager afgelopen drie maanden reeds twee maal een tuchtsanctie werd opgelegd wegens bedreigingen en het negeren van een bevel. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat een tuchtsanctie van 14 dagen ATV dan ook niet onredelijk of onbillijk was.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.