Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0044

Gegrond Onontvankelijk KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht Geen beslissing directeur
(1) TUCHT – (2) BEZOEK - GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID

De klacht betreft een tuchtbeslissing en een intrekking van toestemming tot bezoek met pleegzorg van de directie van de gevangenis.

(1) Wat betreft de tuchtbeslissing

Op de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klaagster verklaard dat de juweeltjes en horloge door de vorige celgenoten achtergelaten werden. De andere spullen hebben ze gekregen. Wat de handdetector betreft, deze heeft zij niet buiten gegooid. Klaagster heeft nog met de beambten op haar cel zitten zoeken. Bovendien lag de handdetectie niet voor de buitenmuur van haar cel. Klaagster heeft ook gevraagd of er geen voorwaardelijke straf of berisping kon worden opgelegd omdat zij van pleegzorg bezoek krijgt in het weekend. Zij zou graag willen dat dit bezoek kan doorgaan.

Klaagster kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 10 dagen ATV, omdat zij door de directeur schuldig werd bevonden aan een inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling”.

De klachtencommissie stelt vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt over welke bepaling van het huishoudelijk reglement het precies gaat. Klaagster kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van haar genomen tuchtbeslissing voor wat betreft deze tuchtinbreuk.

Om deze redenen is de klacht gegrond. De tuchtbeslissing moet vernietigd worden. De directie dient elk spoor van de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klaagster te wissen.

(2) Wat betreft de beslissing tot intrekking van de toestemming tot bezoek

De directie heeft geen beslissing tot intrekking van de toestemming tot bezoek met pleegzorg genomen. Klaagster brengt geen stukken bij waaruit zou dat de directie dit geweigerd heeft of verzuimd heeft een beslissing te nemen.

In de klacht dient men zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden. Klaagster specifieert in haar klacht niet tegen welke beslissing door of namens de directeur zij zich wenst te beklagen, noch vermeldt zij een datum van een beslissing. De klacht is onduidelijk geformuleerd.

Er kan op basis van de summiere informatie die klaagster verstrekte in haar klacht niet besloten worden tot een verzuim tot het nemen van een beslissing in hoofde van de directie.

De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.