KC10/25-0046
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
(1) TUCHT (2) MEDIA – SCHADE
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Daarnaast vraag hij al een tijd naar een televisie maar die krijgt hij niet.
(1) de tuchtbeslissing
De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Uit de vaststellingen van het personeel blijkt de opzettelijke beschadiging van de kastdeur en de opzettelijke aantasting van de orde doordat klager anderhalf uur met de kastdeur heeft zitten slaan op zijn celdeur. Bovendien heeft klager deze vaststellingen niet betwist tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hij heeft de feiten weliswaar gekaderd. De klachtencommissie toont begrip voor de taalbarrière tussen klager en het personeel maar meent dat het gedrag van klager hierdoor niet gerechtvaardigd is. Uit het RAD blijkt immers dat het personeelslid de vraag van klager wel degelijk had begrepen en zijn vraag zou bekijken, weliswaar na het eten. Dat klager niet zou worden geholpen, is volgens de klachtencommissie dus niet aangetoond. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
(2) de televisie
Uit de dossierstukken blijkt dat klager een televisie had op cel maar er werd vastgesteld dat die was beschadigd. Gelet op de aard van de schade ging men er van uit dat de schade opzettelijk werd toegebracht door ofwel klager, ofwel zijn celgenoot ofwel beiden. Beiden zouden hebben geweigerd om de schade te vergoeden omdat ze geen geld hadden. Uit hetzelfde mailverkeer blijkt dat klager en zijn celgenoot in kennis werden gesteld van de verdere afhandeling van het schadegeval. Er werden hen drie opties voorgelegd. Het blijkt dat aan alle gedetineerden in dezelfde situatie deze opties worden voorgelegd. De gevangenis is immers niet in de mogelijkheid om steeds alle beschadigde Tv’s zelf te vergoeden. De klachtencommissie acht deze werkwijze gerechtvaardigd. Uit het akkoord tot betaling van de schadevergoeding blijkt dat klager is begonnen met afbetalingen en hoewel de televisie nog niet volledig was vergoed, kreeg klager een nieuwe televisie. De klachtencommissie besluit dat er geen sprake was van een verzuim of een weigering van de directie om binnen een redelijke termijn een nieuwe televisie te voorzien op de cel van klager. De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Daarnaast vraag hij al een tijd naar een televisie maar die krijgt hij niet.
(1) de tuchtbeslissing
De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Uit de vaststellingen van het personeel blijkt de opzettelijke beschadiging van de kastdeur en de opzettelijke aantasting van de orde doordat klager anderhalf uur met de kastdeur heeft zitten slaan op zijn celdeur. Bovendien heeft klager deze vaststellingen niet betwist tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hij heeft de feiten weliswaar gekaderd. De klachtencommissie toont begrip voor de taalbarrière tussen klager en het personeel maar meent dat het gedrag van klager hierdoor niet gerechtvaardigd is. Uit het RAD blijkt immers dat het personeelslid de vraag van klager wel degelijk had begrepen en zijn vraag zou bekijken, weliswaar na het eten. Dat klager niet zou worden geholpen, is volgens de klachtencommissie dus niet aangetoond. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
(2) de televisie
Uit de dossierstukken blijkt dat klager een televisie had op cel maar er werd vastgesteld dat die was beschadigd. Gelet op de aard van de schade ging men er van uit dat de schade opzettelijk werd toegebracht door ofwel klager, ofwel zijn celgenoot ofwel beiden. Beiden zouden hebben geweigerd om de schade te vergoeden omdat ze geen geld hadden. Uit hetzelfde mailverkeer blijkt dat klager en zijn celgenoot in kennis werden gesteld van de verdere afhandeling van het schadegeval. Er werden hen drie opties voorgelegd. Het blijkt dat aan alle gedetineerden in dezelfde situatie deze opties worden voorgelegd. De gevangenis is immers niet in de mogelijkheid om steeds alle beschadigde Tv’s zelf te vergoeden. De klachtencommissie acht deze werkwijze gerechtvaardigd. Uit het akkoord tot betaling van de schadevergoeding blijkt dat klager is begonnen met afbetalingen en hoewel de televisie nog niet volledig was vergoed, kreeg klager een nieuwe televisie. De klachtencommissie besluit dat er geen sprake was van een verzuim of een weigering van de directie om binnen een redelijke termijn een nieuwe televisie te voorzien op de cel van klager. De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.