Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0194

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing omdat hij van oordeel is dat de tuchtbeslissing werd uitgesproken omwille van zijn uiterlijk (kwam dreigend over). Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde. De ten laste gelegde feiten worden omschreven als verbale agressie en bedreigend staren naar personeelslid. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager ontkende dat hij iemand heeft beledigd. Hij heeft wel gezegd dat ze hun werk niet goed doen omdat hij gedurende zijn verblijf van negen maanden nog steeds geen werk heeft gekregen en op de grond moet slapen. De PSD zou hebben beloofd dat klager naar boven mocht verhuizen maar dat is nog niet gebeurd. Klager werd overgeplaatst uit de gevangenis van Haren samen met andere gedetineerden en zij zijn wel al aan het werk. Tijdens de zitting heeft de directie proberen uit te leggen dat zij niets kan doen aan de overbevolking en dat er door de overbevolking minder arbeidsplaatsen zijn. Het kan zijn dat men voor klager nog geen geschikte tewerkstelling heeft gevonden. Ook meent zij dat klager bedreigend overkomt waarop klager boos is geworden en de zitting heeft verlaten.

Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt duidelijk dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD alsook op de verklaringen die door klager zijn afgelegd tijdens de tuchtzitting. De klachtencommissie is van oordeel dat de vaststellingen in het RAD zeer uitgebreid, gedetailleerd en coherent werden opgesteld. Uit deze vaststellingen blijkt duidelijk dat klager zowel een directielid als haar collega verbaal heeft aangevallen door te roepen, beledigingen te uiten en uitspraken te doen die ongetwijfeld een impact hebben op het mentaal welzijn van personen en dit terwijl deze twee personen een minimale dienstverlening trachten uit te voeren tijdens een stakingsdag. Dat klager ontkent dat hij beledigingen heeft geuit is geen overtuigende tegenindicatie dat het RAD niet zou overeenstemmen met de realiteit. De klachtencommissie kan begrip opbrengen dat klager zich door de vele ongemakken en erbarmelijke detentieomstandigheden gekrenkt voelt maar de manier waarop klager zijn onvrede kenbaar heeft gemaakt, is onaanvaardbaar en draagt niet bij tot het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon toerekenen aan klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertig dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is dit de wettelijk toegestane maximumsanctie. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het gebrek aan schuldinzicht bij klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.

Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.