Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0199

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERINGSPLICHT - TEGEMOETKOMING

Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”.

Artikel 144, § 5 van de Basiswet bepaalt dat de gedetineerde zijn verweermiddelen mondeling of schriftelijk ter kennis kan brengen van de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat uit de dossierstukken blijkt dat de advocaat van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 08/12/2025 uitgebreide schriftelijke besluiten heeft neergelegd waarin hij om uitstel van de behandeling van de zaak heeft gevraagd en de schending van verschillende artikelen van de Basiswet aannemelijk heeft gemaakt. De klachtencommissie stelt echter vast dat nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie überhaupt kennis heeft genomen van deze schriftelijke verweermiddelen. Hoewel de advocaat tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verwijst naar de neergelegde besluiten, blijkt nergens uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat de directie hierop is ingegaan. Ook blijkt nergens uit de motivering dat van de tuchtbeslissing dat er uitstel zou zijn gevraagd door de advocaat van klager en waarom hier niet op ingegaan werd, noch waarom de directie klager schuldig acht aan de ten laste gelegde feiten ondanks de door de advocaat van klager aangehaalde schriftelijke verweermiddelen.

De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie hierdoor de motiveringsplicht uit artikel 8 van de Basiswet heeft geschonden. Door nergens in te gaan op de schriftelijke verweermiddelen van klager, hoewel deze uitvoerig werden neergeschreven, werden neergelegd ter zitting en de schending van verschillende artikelen van de Basiswet minstens aannemelijk werden gemaakt, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie inderdaad op ernstige wijze te kort is gekomen aan de op haar rustende motiveringsplicht. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 08/12/2025 en beveelt de schrapping ervan uit het tuchtregister van klager.

Aangezien de onwettige tuchtsanctie intussen al werd ondergaan, zijn de voorwaarden tot toekenning van een compensatie vervuld. Klager vraagt op zijn klachtenformulier ‘extra bezoeken en belkrediet’. De directie heeft overeenkomstig artikel 158, § 4, tweede lid van de Basiswet de mogelijkheid gehad om hierop te reageren in een verweer, maar heeft geen verweer overgemaakt. Aangezien klager 20 dagen onterecht onder ATV heeft gezeten, kent de klachtencommissie in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 300 belminuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.