KC10/26-0040
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Ordemaatregel
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - ONTSLAG
- over de fouillering op het lichaam
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn, namelijk het vermoeden dat klager verse vleeswaren uit de grootkeuken smokkelt, waar hij tewerk gesteld was. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
- over de ontslagbeslissing
Klager stelt in zijn klacht dat hij enkel gehoord heeft in de keuken dat hij ontslagen is, maar geen papieren heeft ontvangen of iets ondertekend heeft. De klachtencommissie stelt aan de hand van de schriftelijk ontslagbeslissing vast dat de ontslagbeslissing inderdaad niet door klager voor ontvangst werd ondertekend, noch een datum van kennisname werd vermeld. Aangezien de directie in haar verweer niet heeft weerlegd dat klager de schriftelijke ontslagbeslissing niet heeft ontvangen, is de klachtencommissie van oordeel dat de verklaring van klager aannemelijk is gelet op het feit dat dit ook aan de hand van de dossierstukken bevestigd wordt. Bijgevolg werd er niet voldaan aan de actieve informatieplicht in hoofde van de directie alsook aan de motiveringsplicht uit artikel 8 van de Basiswet. Klager werd immers niet in kennis gesteld van de redenen van zijn ontslag en ook niet van het feit dat hij onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag kon doen. Om deze redenen is de klacht gegrond.
De klachtencommissie draagt de directie op om binnen de termijn van 14 dagen na kennisgeving van deze beslissing aan de directie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de klachtencommissie.
- over de fouillering op het lichaam
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn, namelijk het vermoeden dat klager verse vleeswaren uit de grootkeuken smokkelt, waar hij tewerk gesteld was. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
- over de ontslagbeslissing
Klager stelt in zijn klacht dat hij enkel gehoord heeft in de keuken dat hij ontslagen is, maar geen papieren heeft ontvangen of iets ondertekend heeft. De klachtencommissie stelt aan de hand van de schriftelijk ontslagbeslissing vast dat de ontslagbeslissing inderdaad niet door klager voor ontvangst werd ondertekend, noch een datum van kennisname werd vermeld. Aangezien de directie in haar verweer niet heeft weerlegd dat klager de schriftelijke ontslagbeslissing niet heeft ontvangen, is de klachtencommissie van oordeel dat de verklaring van klager aannemelijk is gelet op het feit dat dit ook aan de hand van de dossierstukken bevestigd wordt. Bijgevolg werd er niet voldaan aan de actieve informatieplicht in hoofde van de directie alsook aan de motiveringsplicht uit artikel 8 van de Basiswet. Klager werd immers niet in kennis gesteld van de redenen van zijn ontslag en ook niet van het feit dat hij onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag kon doen. Om deze redenen is de klacht gegrond.
De klachtencommissie draagt de directie op om binnen de termijn van 14 dagen na kennisgeving van deze beslissing aan de directie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de klachtencommissie.