Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0094

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen, een tuchtinbreuk van tweede categorie, voor feiten die in de tuchtbeslissing worden omschreven als “uitwerpselen in de douche, weigeren op te kuisen.” Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager ontkende de feiten te hebben gepleegd omdat hij op het tijdstip van de feiten zoals vermeld in het RAD niet in de medische douche was maar bij de medische dienst op cc4. Hij staafde dit met hetzelfde document zoals gevoegd bij zijn klacht. Klager verklaarde die dag om 06u45 te hebben gedoucht. Zijn raadsman vroeg dan ook de vrijspraak. Klager wou DNA afstaan om te bewijzen dat hij het niet was geweest.

De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. Bovendien hebben twee beambten het RAD ondertekend in hun hoedanigheid van getuigen van de feiten. Klager betwist de feiten echter ten stelligste en haalt een relevant argument aan, ondersteund door een bewijsstuk. Uit dit stuk blijkt dat klager op het tijdstip van de feiten zoals vermeld in het RAD, namelijk 7u55, niet in de douche was maar op de medische dienst. Volgens de directie is het vermelde tijdstip in het RAD echter een vergissing en werd het RAD opgesteld van zodra de beambte hiervoor de tijd had. Volgens de directie was klager de eerste en enige gedetineerde die die ochtend medische douche had gehad waardoor de directie de vaststellingen van haar personeel gelooft.

De klachtencommissie besluit dat het feit dat klager om 07u52 op de medische dienst was, niet betekent dat hij de feiten niet heeft gepleegd tijdens de medische douche voorafgaand aan zijn afspraak bij de medische dienst. De klachtencommissie meent dat het tijdstip zoals vermeld in het RAD, het tijdstip is dat de opsteller van het RAD de feiten heeft ontdekt, en niet het tijdstip dat de feiten zijn gepleegd. De klachtencommissie is van oordeel dat de passage uit het RAD, namelijk “zijn wij zeker dat hij het is geweest omdat voor hij de douche betrad er niets te zien was en na hem niemand meer gedoucht heeft.”, doorslaggevend is voor het bewijs dat de tuchtinbreuk kan toegerekend worden aan klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van twee dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegelaten maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie meent tot slot dat de opgelegde sanctie mild was dus niet onredelijk of onbillijk.

Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.