TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de volgende tuchtinbreuk: ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. Hij kreeg hiervoor een sanctie van 14 dagen ATV opgelegd.
De directie achtte de tuchtinbreuk van ‘bezit van verboden substanties’ als voldoende bewezen op basis van de bewoordingen in het RAD. Hierin werd expliciet beschreven hoe klager een pakketje in ontvangst nam en de inhoud ervan minutieus verdeelde onder zijn medegedetineerden.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager dat hij een verdacht pakketje in ontvangst heeft genomen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat een loutere ontkenning onvoldoende is en dat klager onvoldoende elementen opwerpt, die twijfel doen ontstaan over het RAD. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt meegedeeld dat een beambte met eigen ogen gezien heeft hoe klager een pakketje in ontvangst nam en de inhoud ervan verdeelde onder zijn medegedetineerden, die vervolgens de inhoud direct inslikten. Klager zijn verklaring dat dit feitelijk over chocolade en tabak ging, wordt aldus als ongeloofwaardig geacht.
Gelet op de duidelijke beschrijving in het RAD, de motivering van de beslissing en het feit dat klager geen overtuigende tegenaanwijzingen aanvoert, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie de tuchtinbreuk redelijkerwijze als bewezen en toerekenbaar aan klager kon beschouwen.
De klacht is niet gegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de volgende tuchtinbreuk: ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. Hij kreeg hiervoor een sanctie van 14 dagen ATV opgelegd.
De directie achtte de tuchtinbreuk van ‘bezit van verboden substanties’ als voldoende bewezen op basis van de bewoordingen in het RAD. Hierin werd expliciet beschreven hoe klager een pakketje in ontvangst nam en de inhoud ervan minutieus verdeelde onder zijn medegedetineerden.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager dat hij een verdacht pakketje in ontvangst heeft genomen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat een loutere ontkenning onvoldoende is en dat klager onvoldoende elementen opwerpt, die twijfel doen ontstaan over het RAD. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt meegedeeld dat een beambte met eigen ogen gezien heeft hoe klager een pakketje in ontvangst nam en de inhoud ervan verdeelde onder zijn medegedetineerden, die vervolgens de inhoud direct inslikten. Klager zijn verklaring dat dit feitelijk over chocolade en tabak ging, wordt aldus als ongeloofwaardig geacht.
Gelet op de duidelijke beschrijving in het RAD, de motivering van de beslissing en het feit dat klager geen overtuigende tegenaanwijzingen aanvoert, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie de tuchtinbreuk redelijkerwijze als bewezen en toerekenbaar aan klager kon beschouwen.
De klacht is niet gegrond.