Ga verder naar de inhoud

KC12/25-0056

Ongegrond KC - Ieper Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht is gericht tegen de tuchtsanctie die aan klager werd opgelegd op 1 juli 2025.

Klager schrijft dat hij bereid is om tucht te krijgen, maar dat hij drie weken ATV overdreven vindt gelet op het warme weer. De klacht is in feite dus gericht tegen de (duur van de) tuchtsanctie in de gegeven omstandigheden, en niet tegen de beslissing om de feiten bewezen te verklaren en klager hieraan schuldig te achten.

Het behoort tot de discretionaire appreciatiebevoegdheid van de directie om de hoogte van de tuchtsanctie te bepalen voor zover dit wettig, redelijk en billijk is.
De directie meende dat klager zich schuldig had gemaakt aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie. In dat geval kan de directie een maximale tuchtsanctie van 30 dagen ATV opleggen. De directie legde een sanctie op van 3 weken (21 dagen) ATV. De sanctie is dus wettig.

De klachtencommissie meent dat de opgelegde tuchtsanctie van 3 weken ATV niet onredelijk of onbillijk is. Klager haalt in zijn klacht geen andere elementen (zoals onvoldoende verluchting op cel, een overbevolkte cel, …) aan om aan te tonen dat de sanctie onredelijk hoog was in de gegeven omstandigheden. Het gegeven dat het te warm zou zijn op cel voor 3 weken ATV, is volgens de klachtencommissie onvoldoende om te spreken van een onredelijk hoge sanctie. Bovendien blijkt uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting niet dat klager zijn argumenten heeft meegedeeld aan de directie, waardoor zij deze elementen dus niet in overweging heeft kunnen nemen bij het bepalen van de aard en de hoogte van de tuchtsanctie.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.