Ga verder naar de inhoud

KC12/25-0066

Gegrond KC - Ieper Klachtencommissie Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING

De maatregel van uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten kon niet worden opgelegd, gelet de directie niet besloot, noch motiveerde dat er een gevaar voor de orde of de veiligheid was.

Waar in de motivering van de voorlopige maatregel verwoord staat dat er verboden substantie werd gevonden tijdens de celcontrole, stelt de directie in haar verweer dat er slechts een vermoeden was dat er zich op de cel verboden producten bevonden. De voorlopige maatregel werd in eerste instantie opgelegd naar aanleiding van de vondst van de suikerachtige substantie die vreemde vlekken vertoonde. In de beslissing wordt niet meegedeeld dat het om deze substantie ging, noch waarom de vondst van deze substantie (na inbeslagname nog) een risico voor de interne veiligheid vormde (lees: ervoor zorgde dat de fysieke integriteit van personen in gevaar kwamen of roerende of onroerende goederen gevaar liepen op wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding).

Hoewel de klachtencommissie kan begrijpen dat de vondst van de afgebroken vork door de directie werd beschouwd als een intern veiligheidsrisico, kan uit de bestreden beslissing niet worden afgeleid dat de maatregel naar aanleiding van de vondst van de vork werd opgelegd.

Er werd met andere woorden niet gemotiveerd waarom het noodzakelijk was om klager af te zonderen op de verblijfsruimte.

De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden voorlopige maatregel.