Ga verder naar de inhoud

KC12/25-0082

Ongegrond KC - Ieper Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - ORDEMAATREGEL - BEZOEK

Klager erkent de tuchtinbreuken. Dit herhaalde hij ook in zijn klachtenformulier.
De advocaat van klager stelt dat klager verzocht zou hebben om de camerabeelden te bekijken op de zitting. De klachtencommissie kan dit niet uit het verslag van de tuchtzitting halen. Daarnaast merkt zij op dat het bekijken van de camerabeelden niet verplicht is. In dit dossier is het rapport aan de directeur duidelijk en gedetailleerd. Klager gaf spontaan de USB af aan het personeel. Los van het gegeven of klager de USB gekregen heeft van zijn bezoekster of niet, is klager nog steeds aangetroffen in het bezit van een USB. De tuchtinbreuk staat ook vast.
Klager kon voor deze tuchtinbreuk maximaal 30 dagen ATV krijgen. Klager kreeg twee weken ATV. De klachtencommissie acht deze tuchtsanctie wettig en in verhouding tot de gepleegde feiten.
De klacht gericht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.

De klachtencommissie meent dat de directie op basis van deze informatie over voldoende elementen beschikte om te besluiten dat er een gevaar bestond voor de orde en de veiligheid wat het opleggen van een ordemaatregel glasbezoek kon verantwoorden.
De klachtencommissie stelt vast dat klager niet gehoord werd voorafgaand aan het nemen van deze ordemaatregel. Hoewel het hoorrecht niet expliciet wordt opgenomen in de Basiswet, kan men toch verplicht zijn om te horen op basis van de beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad van State stelt hiervoor de volgende voorwaarden :
- Het moet gaan om een ernstige maatregel die van aard is om de belangen van de bestuurde zwaar aan te tasten;
- De maatregel moet gegrond zijn op een gegeven dat de bestuurde als een tekortkoming wordt aangerekend, m.a.w. gegrond zijn op zijn persoonlijk gedrag;
- Er is geen sprake van een urgente gevaarsituatie en;
- Het horen moet nog nuttig zijn, zodat dit de te nemen beslissing nog kan beïnvloeden.
De klachtencommissie meent dat bovengenoemde voorwaarden niet vervuld zijn. Ten eerste komt de maatregel op de klachtencommissie niet over als een ernstige maatregel die van aard is om de belangen van de bestuurde zwaar aan te tasten: er wordt klager niet het recht ontzegd om bezoek te ontvangen, dit recht wordt slechts beperkt tot bezoek achter glas.
De klachtencommissie meent bovendien dat ook de laatste voorwaarde niet vervuld is: klager werd gaf in het RAD van 21 oktober al aan dat hij de USB-stick bij zich had van voor het bezoek. De directie was dan ook al op de hoogte van dit argument.
Gelet hierop en op de duidelijke verslagen en het duidelijk rapport, is de klachtencommissie van oordeel dat het horen voorafgaand aan de beslissing geen verschil meer zou maken en de beslissing niet meer zou beïnvloeden.
De klacht gericht tegen de ordemaatregel is ongegrond.