TUCHT - BEWIJS - CAMERABEELDEN - RECHTEN VAN VERDEDIGING
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Ieper.
Klager stelt in zijn schriftelijke klacht dat hij gevraagd heeft aan de directeur om de camerabeelden te bekijken, maar dat ze dit niet hebben gedaan. Daardoor heeft klager 10 dagen ATV gekregen, terwijl klager juist mensen uit elkaar heeft gehaald die aan het vechten waren. Klager benadrukt dat hij absoluut niemand heeft geslagen en vraagt om de camerabeelden te bekijken.
De klachtencommissie brengt in herinnering dat de directie bij het beoordelen van het al dan niet bewezen zijn van feiten die aan een gedetineerde ten laste worden gelegd, een discretionaire bevoegdheid heeft. Vaststellingen van personeelsleden, zoals rapporten aan de directeur, spelen hierbij een belangrijke rol. Er gaat een vermoeden van objectiviteit uit van deze rapporten. Dit vermoeden is echter weerlegbaar, wanneer een klager overtuigende tegenargumenten aanbrengt die twijfel doen bestaan over de juistheid van de informatie die werd opgenomen in het RAD. In haar onderzoek dient de directie uiteraard steeds de zorgvuldigheidsplicht in acht te nemen.
Er rust op de directie geen verplichting om camerabeelden te bekijken, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het RAD. De directie beslist in dat geval autonoom of zij het bekijken van de camerabeelden nuttig acht. Zij dient zich wel steeds alle nuttige informatie te laten bezorgen voor de beoordeling van de zaak.
Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals het opvragen van camerabeelden, is wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. Dit kan het geval zijn indien de directie de tuchtrapporten hanteert als enige basis om tot een tuchtbeslissing te komen, maar de gedetineerde tegenindicaties oproept zodat er gerede twijfel rijst over de juistheid van de rapporten. De tuchtrapporten kunnen dan niet zonder nader onderzoek als grondslag voor de tuchtstraf worden gebruikt.
In dit dossier stelt de klachtencommissie vast dat de directie nergens heeft gemotiveerd waarom zij het bekijken van de camerabeelden niet noodzakelijk achtte. Noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, noch in de tuchtbeslissing zelf, wordt enige reden vermeld waarom de door klager aangebrachte elementen in die mate ongeloofwaardig waren dat het bekijken van de camerabeelden niet noodzakelijk was.
Gelet op het gebrek aan motivering met betrekking tot het al dan niet bekijken van de camerabeelden, staat voor de klachtencommissie niet vast dat de directie in de tuchtprocedure aan zorgvuldige feitenvinding heeft gedaan.
Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie besluit aan klager de volgende tegemoetkoming toe te kennen in de vorm van één extra familiaal bezoek.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Ieper.
Klager stelt in zijn schriftelijke klacht dat hij gevraagd heeft aan de directeur om de camerabeelden te bekijken, maar dat ze dit niet hebben gedaan. Daardoor heeft klager 10 dagen ATV gekregen, terwijl klager juist mensen uit elkaar heeft gehaald die aan het vechten waren. Klager benadrukt dat hij absoluut niemand heeft geslagen en vraagt om de camerabeelden te bekijken.
De klachtencommissie brengt in herinnering dat de directie bij het beoordelen van het al dan niet bewezen zijn van feiten die aan een gedetineerde ten laste worden gelegd, een discretionaire bevoegdheid heeft. Vaststellingen van personeelsleden, zoals rapporten aan de directeur, spelen hierbij een belangrijke rol. Er gaat een vermoeden van objectiviteit uit van deze rapporten. Dit vermoeden is echter weerlegbaar, wanneer een klager overtuigende tegenargumenten aanbrengt die twijfel doen bestaan over de juistheid van de informatie die werd opgenomen in het RAD. In haar onderzoek dient de directie uiteraard steeds de zorgvuldigheidsplicht in acht te nemen.
Er rust op de directie geen verplichting om camerabeelden te bekijken, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het RAD. De directie beslist in dat geval autonoom of zij het bekijken van de camerabeelden nuttig acht. Zij dient zich wel steeds alle nuttige informatie te laten bezorgen voor de beoordeling van de zaak.
Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals het opvragen van camerabeelden, is wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. Dit kan het geval zijn indien de directie de tuchtrapporten hanteert als enige basis om tot een tuchtbeslissing te komen, maar de gedetineerde tegenindicaties oproept zodat er gerede twijfel rijst over de juistheid van de rapporten. De tuchtrapporten kunnen dan niet zonder nader onderzoek als grondslag voor de tuchtstraf worden gebruikt.
In dit dossier stelt de klachtencommissie vast dat de directie nergens heeft gemotiveerd waarom zij het bekijken van de camerabeelden niet noodzakelijk achtte. Noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, noch in de tuchtbeslissing zelf, wordt enige reden vermeld waarom de door klager aangebrachte elementen in die mate ongeloofwaardig waren dat het bekijken van de camerabeelden niet noodzakelijk was.
Gelet op het gebrek aan motivering met betrekking tot het al dan niet bekijken van de camerabeelden, staat voor de klachtencommissie niet vast dat de directie in de tuchtprocedure aan zorgvuldige feitenvinding heeft gedaan.
Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie besluit aan klager de volgende tegemoetkoming toe te kennen in de vorm van één extra familiaal bezoek.