BRIEFWISSELING
De klacht is gericht tegen een weigering van post.
Artikel 55, §2 van de Basiswet is de grondslag op basis waarvan de directeur kan besluiten om brieven niet aan de gedetineerde te bezorgen. Dergelijke beslissing betreft een beslissing die ingevolge artikel 8 en artikel 55, §3 van de Basiswet schriftelijk gemotiveerd dient te worden. De motivering van de beslissing om de brieven niet te bezorgen, dient melding te maken van de redenen van volstrekte noodzakelijkheid voor de handhaving van de orde of de veiligheid.
Uit de zitting van de klachtencommissie blijkt dat de directie van oordeel is dat de bewuste brieven niet aan klager bezorgd kunnen worden omdat de wijze waarop de brieven verstuurd werden (nl. in verschillende ‘reepjes’ papier), de controle bemoeilijkt.
Uit het dossier blijkt dat klager voor het indienen van zijn klacht nooit formeel in kennis werd gesteld van deze beslissing en de motieven ervan, ook niet nadat hij de directeur hierover aanschreef.
De directie brengt geen ander stuk bij waaruit blijkt dat klager een andere geschreven beslissing van de directie (met motivering) zou ontvangen hebben. De beslissing om de brieven bestemd voor klager niet aan hem te bezorgen, voldoet dan ook niet aan artikel 55, §2 van de Basiswet in samenlezing met artikel 8 en 55, §3 van de Basiswet.
Om deze reden is de klacht gegrond.
De klachtencommissie draagt de directeur op om binnen een termijn van twee weken na de betekening van deze uitspraak, een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
De klacht is gericht tegen een weigering van post.
Artikel 55, §2 van de Basiswet is de grondslag op basis waarvan de directeur kan besluiten om brieven niet aan de gedetineerde te bezorgen. Dergelijke beslissing betreft een beslissing die ingevolge artikel 8 en artikel 55, §3 van de Basiswet schriftelijk gemotiveerd dient te worden. De motivering van de beslissing om de brieven niet te bezorgen, dient melding te maken van de redenen van volstrekte noodzakelijkheid voor de handhaving van de orde of de veiligheid.
Uit de zitting van de klachtencommissie blijkt dat de directie van oordeel is dat de bewuste brieven niet aan klager bezorgd kunnen worden omdat de wijze waarop de brieven verstuurd werden (nl. in verschillende ‘reepjes’ papier), de controle bemoeilijkt.
Uit het dossier blijkt dat klager voor het indienen van zijn klacht nooit formeel in kennis werd gesteld van deze beslissing en de motieven ervan, ook niet nadat hij de directeur hierover aanschreef.
De directie brengt geen ander stuk bij waaruit blijkt dat klager een andere geschreven beslissing van de directie (met motivering) zou ontvangen hebben. De beslissing om de brieven bestemd voor klager niet aan hem te bezorgen, voldoet dan ook niet aan artikel 55, §2 van de Basiswet in samenlezing met artikel 8 en 55, §3 van de Basiswet.
Om deze reden is de klacht gegrond.
De klachtencommissie draagt de directeur op om binnen een termijn van twee weken na de betekening van deze uitspraak, een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak.