Ga verder naar de inhoud

KC12/26-0054

Gegrond KC - Ieper Klachtencommissie Tucht
TUCHT - SANCTIE

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’. Hij werd hiervoor gesanctioneerd met het verbod om gedurende één week deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten die werden beschreven in een RAD waaruit blijkt dat klager tijdens de nacht door zijn raam aan het roepen was. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie terecht en in alle redelijkheid de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeert de feiten als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’. Wat betreft de eerste kwalificatie, stelt de klachtencommissie vast dat de directie niet motiveert in welke zin de feiten een inbreuk op het huishoudelijk reglement uitmaken, noch verwijst ze naar de concrete regel uit het huishoudelijk reglement die door klager overtreden werd. Hierdoor voldoet de tuchtbeslissing op dit punt niet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 van de Basiswet. De directie motiveert wel voldoende waarom ze de feiten kwalificeert als ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’.

Klager kreeg één week individuele wandeling opgelegd. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband worden opgelegd mits er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.

De klachtencommissie stelt vast dat de feiten (het roepen uit het raam tijdens de nacht) geen verband houden met de sanctie (verbod om deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling). De sanctie die werd opgelegd, is dan ook onwettig.

Om deze redenen is de klacht gegrond. Klager heeft geen tegemoetkoming gevraagd, hoewel hij hiertoe de mogelijkheid had op het klachtenformulier. De klachtencommissie kent dan ook geen tegemoetkoming toe.