Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0078

Ongegrond Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - BEWIJS - CAMERABEELDEN - PUNTENSYSTEEM

Volgens klager is het onterecht dat hij is gestraft aangezien hij werd aangevallen en enkel heeft gehandeld uit wettige zelfverdediging. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol.  Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een  voldoende duidelijk  RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen.  De klachtencommissie  ziet geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het rapport.  Opsteller heeft zowel klager als de medegedetineerde zien vechten. De  directie  kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het rapport waren beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.

Klager heeft verzocht om de camerabeelden te bekijken van het incident om zijn onschuld aan te tonen. De directie heeft zowel tijdens de tuchthoorzitting als in haar verweer verduidelijkt dat er geen camerabeelden beschikbaar zijn van de feiten omdat er geen camera gericht was op de plaats waar het gevecht heeft plaatsgevonden. De klachtencommissie leidt hieruit af dat de directie de camerabeelden heeft willen raadplegen, maar tot de vaststelling is gekomen dat er geen beelden beschikbaar waren. De klachtencommissie besluit dat de directie, met de gegevens die haar voorlagen, in redelijkheid en billijkheid de feiten voor bewezen kon houden. De klacht is ongegrond.

Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten.  De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om.  De klacht is gegrond.