Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0112

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - VERBODEN SUBSTANTIES

Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt omdat tijdens het ochtendappel opsteller opmerkte dat klager met een smartphone in zijn handen in bed lag. Opsteller heeft dit vervolgens gemeld aan zijn collega’s. Vervolgens zijn ze met vier beambten de cel van klager binnengegaan en werd gevraagd aan klager om hetgeen hij op cel had, te overhandigen. Klager reageerde hierop dat hij niks af te geven heeft en dat ze maar moesten zoeken. Klager werd vervolgens begeleid naar de speelzaal maar omdat klager zo vreemd liep, had men het vermoeden dat klager iets op z’n lichaam droeg. Er werd gevraagd aan klager om zich te ontkleden. Tussen de benen van klager werd een gsm gevonden, gewikkeld in een sok. Klager gaf deze af. Klager deed ook zijn onderbroek uit en haalde een doorschijnend zakje met verschillende vermoedelijk illegale substanties tevoorschijn hetgeen hij vervolgens door het raam gooide. Bij het omdraaien gaf klager een personeelslid een duw met beide handen waarna klager op de grond werd gelegd.

Als algemeen principe geldt dat de directie slechts een tuchtsanctie kan opleggen op grond van feiten die op rechtmatige wijze bewezen zijn. Zij kan geen tuchtstraf opleggen die is gebaseerd op onbestaande, onjuiste of niet nauwkeurig vastgestelde feiten. De gedetineerde kan enkel schuldig worden verklaard voor de tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur de feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. De klachtencommissie  ziet in dit dossier geen redenen  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het RAD. Opsteller van het rapport heeft de vaststellingen uitgebreid en nauwkeurig neergeschreven. Bovendien werden de vaststellingen onderschreven door drie getuigen. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken van eerste categorie.
De klacht is ongegrond.