KC16/22-0132
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - BEWIJS - PUNTENSYSTEEM - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Een onderzoek aan het lichaam kan enkel door de directeur worden bevolen wanneer hij van oordeel is dat er individuele aanwijzingen zijn dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De directeur bezorgt zijn beslissing schriftelijk aan de gedetineerde uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouille heeft plaatsgevonden. De motivering van de beslissing bevat in de eerste plaats de individuele aanwijzingen waarom men vermoedt dat klager in het bezit is van verboden voorwerpen (in de eerste plaats een gsm). Bovendien wordt ook gemotiveerd waarom een onderzoek aan kledij niet volstaat aangezien klager zich gedurende een periode heeft onttrokken aan het zicht waardoor hij de kans had om gevaarlijke en/of verboden voorwerpen op zijn lichaam te verstoppen alvorens de controle kon worden hervat. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een onderzoek aan het lichaam voldoet aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. De klacht is ongegrond.
Klager beweert dat een beambte het hoofdkussen van klager wegtrok waardoor klager met zijn hoofd terechtkwam op zijn bed. Hierdoor had klager hoofdpijn. Gedrag van het personeel maakt echter geen beslissing van de directeur uit. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op basis van de vaststellingen in het RAD in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de opzettelijke aantasting van de orde, het niet-naleven van de bepalingen in het huishoudelijk reglement en het geen gevolg geen aan bevelen van het personeel. Klager gedroeg zich immers bijzonder opstandig en agressief en verhinderde een celcontrole door het winket te bedekken en zijn celdeur te barricaderen, hetgeen niet conform is met het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie meent daarentegen dat er onvoldoende elementen zijn om ook het bezit van de gsm te bewijzen. Er werd naar aanleiding van een celcontrole en naaktfouille geen gsm-toestel gevonden, noch een simkaart of een oplader. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond en wordt de tuchtbeslissing vernietigd in zoverre klager wordt gesanctioneerd voor het bezit van een gsm.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.
Een onderzoek aan het lichaam kan enkel door de directeur worden bevolen wanneer hij van oordeel is dat er individuele aanwijzingen zijn dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De directeur bezorgt zijn beslissing schriftelijk aan de gedetineerde uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouille heeft plaatsgevonden. De motivering van de beslissing bevat in de eerste plaats de individuele aanwijzingen waarom men vermoedt dat klager in het bezit is van verboden voorwerpen (in de eerste plaats een gsm). Bovendien wordt ook gemotiveerd waarom een onderzoek aan kledij niet volstaat aangezien klager zich gedurende een periode heeft onttrokken aan het zicht waardoor hij de kans had om gevaarlijke en/of verboden voorwerpen op zijn lichaam te verstoppen alvorens de controle kon worden hervat. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een onderzoek aan het lichaam voldoet aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. De klacht is ongegrond.
Klager beweert dat een beambte het hoofdkussen van klager wegtrok waardoor klager met zijn hoofd terechtkwam op zijn bed. Hierdoor had klager hoofdpijn. Gedrag van het personeel maakt echter geen beslissing van de directeur uit. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op basis van de vaststellingen in het RAD in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de opzettelijke aantasting van de orde, het niet-naleven van de bepalingen in het huishoudelijk reglement en het geen gevolg geen aan bevelen van het personeel. Klager gedroeg zich immers bijzonder opstandig en agressief en verhinderde een celcontrole door het winket te bedekken en zijn celdeur te barricaderen, hetgeen niet conform is met het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie meent daarentegen dat er onvoldoende elementen zijn om ook het bezit van de gsm te bewijzen. Er werd naar aanleiding van een celcontrole en naaktfouille geen gsm-toestel gevonden, noch een simkaart of een oplader. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond en wordt de tuchtbeslissing vernietigd in zoverre klager wordt gesanctioneerd voor het bezit van een gsm.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.