TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN
Klager meent dat hij niks verkeerd heeft gedaan en dat de tuchtsanctie bijgevolg onterecht werd opgelegd. De klachtencommissie heeft kennis genomen van de observatienota. De nota beschrijft nauwkeurig en uitgebreid het moment waarop klager de gevangenis binnenkwam na een uitgaansvergunning (UV). Aan klager werd gevraagd om zijn geld en gsm in een apart doorschijnend zakje te steken. Na de X-ray-controle werd vastgesteld dat klager drie gsm’s in het zakje had gedeponeerd (eentje bovenop en de andere twee vastgetapet aan elkaar). Klager gaf aan dat hij de andere twee naar zijn zus moest brengen maar hij dat was vergeten. De opsteller van de nota meent dat klager hem probeerde te misleiden door de gsm’s op elkaar te leggen en de x-raybeelden te manipuleren. De klachtencommissie is van oordeel dat klager op de tuchthoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. Het bezit of het gebruik van een gsm-toestel is verboden in de gevangenis. Aangezien klager, volgens het verweer van de directie, al meermaals op uitgaansvergunning ging en deze bepalingen voorzien zijn in het huishoudelijk reglement waarvan iedere inkomende gedetineerde een kopie krijgt, meent de klachtencommissie dat klager op de hoogte was dat gsm’s binnenbrengen verboden is en dat hij hierop ging gecontroleerd worden. Uit de observatienota en het verslag van de tuchthoorzitting blijkt niet dat klager het bezit van meerdere gsm-toestellen spontaan heeft aangegeven bij zijn binnenkomst in de gevangenis. De klachtencommissie oordeelt dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De klacht is ongegrond.
Klager meent dat hij niks verkeerd heeft gedaan en dat de tuchtsanctie bijgevolg onterecht werd opgelegd. De klachtencommissie heeft kennis genomen van de observatienota. De nota beschrijft nauwkeurig en uitgebreid het moment waarop klager de gevangenis binnenkwam na een uitgaansvergunning (UV). Aan klager werd gevraagd om zijn geld en gsm in een apart doorschijnend zakje te steken. Na de X-ray-controle werd vastgesteld dat klager drie gsm’s in het zakje had gedeponeerd (eentje bovenop en de andere twee vastgetapet aan elkaar). Klager gaf aan dat hij de andere twee naar zijn zus moest brengen maar hij dat was vergeten. De opsteller van de nota meent dat klager hem probeerde te misleiden door de gsm’s op elkaar te leggen en de x-raybeelden te manipuleren. De klachtencommissie is van oordeel dat klager op de tuchthoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. Het bezit of het gebruik van een gsm-toestel is verboden in de gevangenis. Aangezien klager, volgens het verweer van de directie, al meermaals op uitgaansvergunning ging en deze bepalingen voorzien zijn in het huishoudelijk reglement waarvan iedere inkomende gedetineerde een kopie krijgt, meent de klachtencommissie dat klager op de hoogte was dat gsm’s binnenbrengen verboden is en dat hij hierop ging gecontroleerd worden. Uit de observatienota en het verslag van de tuchthoorzitting blijkt niet dat klager het bezit van meerdere gsm-toestellen spontaan heeft aangegeven bij zijn binnenkomst in de gevangenis. De klachtencommissie oordeelt dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De klacht is ongegrond.