Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0011

Ongegrond Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - BEWIJS - PUNTENSYSTEEM - KLACHTENPROCEDURE

Het rapport beschrijft nauwkeurig en gedetailleerd hoe opsteller omstreeks 00u50 telefoon kreeg van de dienstdoende adjudant met de melding dat klager live zou bezig zijn op tiktok. De adjudant vroeg aan opsteller om eens te gaan kijken. Wanneer opsteller samen met zijn collega, die het rapport mee ondertekende als getuige, aan de celdeur van klager stonden, hoorden ze klager praten. Opsteller heeft vervolgens het winket opengedaan en zag dat klager op zijn bed lag en een rode gsm vasthad. De directie nam kennis van het RAD en heeft de opdracht gegeven om ‘s ochtends een celcontrole en een naaktfouille uit te voeren. Men heeft niets gevonden. De klachtencommissie is van oordeel dat klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de coherente en gedetailleerde vaststellingen (bijvoorbeeld de specifieke vermelding van een rode gsm) van de nachtploeg niet correct zouden zijn. Tot slot heeft de klachtencommissie zelf kennisgenomen van de bewuste beelden. Daarop was te zien hoe een persoon vanuit zijn bed in een cel tijdens een live-uitzending op tiktok vragen beantwoordde van kijkers. Tijdens deze uitzending is te zien hoe twee beambten het winket van de cel openen. De persoon filmde zichzelf ook kort in de spiegel. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan de verklaring van de directie tijdens de zitting dat zij de cel van klager alsook klager zelf herkent op de beelden. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De omstandigheid dat de gsm niet werd gevonden tijdens de celcontrole of de naaktfouille de ochtend nadien, doet hieraan geen afbreuk nu klager ruim de tijd had om tussen 00u50 en 06u30 de gsm te verstoppen. Tijdens de zitting verklaarde hij dat het theoretisch mogelijk is dat verschillende onderdelen van een gsm door verschillende gedetineerden worden bijgehouden en dat deze worden doorgegeven (bijvoorbeeld door het raam). De klacht is ongegrond.

Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De directie is verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet te motiveren. De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. In deze standaardmotivering wordt de doelstelling van het puntensysteem, namelijk een essentieel instrument vormt ter handhaving van de goede werking van het gedifferentieerd regime niet vermeld. In de standaardmotivering wordt ook niet gemotiveerd waarom klager een gevaar zou vormen voor de goede werking van het gedifferentieerde regime. De klachtencommissie besluit dat de motivering niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben te begrijpen. De Basiswet bepaalt bovendien dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen het puntensysteem en de tuchtprocedure.  Zij is hierin steeds duidelijk geweest: “wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten toegekend.”  Maar voor de afhandeling van tuchtinbreuken riep  de Basiswet  net een geformaliseerde tuchtprocedure in het leven. De klacht gegrond.