Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0013

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS - VERBODEN SUBSTANTIE - VERBODEN VOORWERPEN

Klager betwist de vaststellingen in de rapporten en ontkent dat de verboden substanties en de mini-gsm van hem zijn. De klachtencommissie heeft kennis genomen van de duidelijk opgestelde rapporten. In het eerste rapport wordt nauwkeurig beschreven hoe de opsteller van het RAD de douches eerst ging controleren, klager vervolgens onmiddellijk na de controle werd gelost om te douchen en dat de opsteller de douches nogmaals ging controleren nadat klager was aangekomen in de keuken. Bij de tweede controle vond opsteller aan de zijkant van de chauffage een wit stuk wc-papier met daarin twee bolletjes (hasj en weed). Er werd vervolgens een tweede rapport opgemaakt naar aanleiding van een celcontrole die men had uitgevoerd in de cel van klager terwijl hij gaan werken was. In de kast van klager werd een mini-gsm gevonden en een verpakking met een vermoedelijk verboden substantie. De klachtencommissie merkt op dat klager tijdens de tuchthoorzitting op de vraag van de directie of er nog zijn die zich daar douchen, neen heeft geantwoord. Hij heeft tijdens de tuchthoorzitting niet betwist dat hij die ochtend in de doucheruimte aanwezig was, hetgeen hij wel voor de eerste maal opwerpt in zijn klacht. Bovendien verklaarde klager tijdens de tuchthoorzitting dat “hij zijn deur niet vast doet om water te gaan nemen”. Bijgevolg “kan iemand anders dit in zijn cel gelegd hebben”. De klachtencommissie heeft echter tijdens de zitting vernomen dat de deuren om 06u30 nog op slot zijn. Daarenboven heeft de directie de bewering van klager over de bedreigingen onderzocht en kwam zij tot de vaststelling dat de gedetineerde die de bedreigingen eerder had geuit, niet op de vleugel van klager verblijft. De klachtencommissie oordeelt dat de directie de feiten zorgvuldig heeft beoordeeld en dat klager geen overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom het personeel zou liegen. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De klacht is ongegrond.