Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0042

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - VORMING

Klager heeft een eerste klacht geformuleerd. Samengevat is klager niet akkoord dat de directie zijn laptop in beslag nam na een inhoudelijke controle van de laptop door
de ICT-dienst van de gevangenis. Naar aanleiding van de controle door de ICT-dienst, was gebleken dat klager lesmateriaal van vakken had gedownload die hij niet heeft opgenomen in zijn curriculum van het huidig academiejaar.

Klager diende een tweede klacht in tegen een tuchtbeslissing. Klager is het niet eens met de waarschuwing die hij kreeg van de directie. Volgens klager dient hij toegang
te krijgen tot alle functionaliteiten van het leerplatform.


Wat betreft de klacht met betrekking op de inbeslagname van de computer van de klager: de gehuurde laptop van klager opgehaald door de ICT-dienst van de
gevangenis van Leuven -centraal. De ICT-verantwoordelijke controleerde de laptop en maakte een RAD op omdat hij bestanden op de laptop terugvond van cursussen waarvoor klager zich niet heeft ingeschreven. Naar aanleiding van de controle had men dus het vermoeden dat klager het opleidingsplan niet volgde. In afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting, besloot de directeur dat klager de laptop niet terugkreeg. Klager vecht deze tijdelijke inbeslagname aan omdat hij meent dat de inbeslagname gesteund was op een onrechtmatige controle van de laptop.

Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) maakt de doorzoeking van data en de inbeslagname van een laptop een inmenging uit van het recht op eerbiediging van correspondentie. Een controlemaatregel moet een wettelijke basis hebben. Het EHRM vereist geen wet in formele zin maar in materiële zin. De wettelijke bepaling moet ook van die aard zijn dat deze duidelijk, toegankelijk en voorzienbaar is. Een inmenging is strijdig met artikel 8 EVRM indien in de regelgeving niet bepaald is hoelang de controle duurt, om welke redenen de controle wordt uitgevoerd; het toepassingsgebied of de manier waarop de controle wordt uitgevoerd.

In casu bepaalt het contract dat klager ondertekende, en dat uiteraard geen wettelijke bepaling is zoals vereist door het EVRM, dat de “student zich houdt aan de overeenkomst met de gevangenisdirectie inzake het gebruik van de laptops”. De doorzoeking van de laptop, hetgeen een inmenging van het recht op eerbiediging van
correspondentie is, werd dus uitgevoerd op basis van het reglement. Ingevolge de toets in artikel 8 EVRM en de rechtspraak van het EHRM is de klachtencommissie
van oordeel dat de doorzoeking niet in overeenstemming was met een wettelijke bepaling en dat de doorzoeking en inbeslagname dus niet gerechtvaardigd waren en in strijd waren met artikel 8 EVRM.

De klachtencommissie besluit dat de doorzoeking en inbeslagname van de gehuurde laptop in strijd was met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag. De klacht is gegrond.


Wat betreft de waarschuwing: op basis van het RAD werd een tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie weerhouden namelijk het niet-naleven van de door het
huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, meer bepaald de contractuele verbintenis ‘studeren aan KUL’.

Er werd een tuchtprocedure opgestart op basis van vaststellingen gedaan tijdens een controle van de opgeslagen bestanden op de gehuurde laptop van klager. Aangezien deze controle onrechtmatig gebeurde (zie hierboven), zijn de vaststellingen die gelden als het enige bewijsmateriaal in de tuchtprocedure, ook onrechtmatig verkregen. Een tuchtbeslissing kan niet overeind blijven indien ze enkel gebaseerd is op vondsten tijdens een onwettige controle.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.