KC16/23-0078
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
KLEDIJ - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Klager heeft een klacht ingediend omdat zijn postpakket werd gedeponeerd. Hij had nochtans de toestemming gekregen om een postpakket met kleding te laten opsturen maar omdat het pakket rechtstreeks van een site kwam, werd het pakket gedeponeerd. Aan klager werd echter niet verteld dat hij hiermee rekening moest houden.
De voorwerpen die de gedetineerde bij zijn insluiting in de gevangenis bij zich draagt en de voorwerpen die hij tijdens zijn verblijf verwerft, worden overeenkomstig de regels die de koning zal vaststellen, in het belang van de orde en de veiligheid, naargelang het geval, en onverminderd andere wettelijke bepalingen, hetzij in zijn bezit gelaten, hetzij voor hem in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van ontvangst, hetzij op zijn verzoek uit de gevangenis verwijderd. De gedetineerde heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels.
Op basis van geraadpleegde regelgeving, besluit de klachtencommissie dat klager persoonlijke kledij in ieder geval op zijn cel mag hebben.
Klager heeft echter een tekort aan kledij. Gedetineerden kunnen tijdens hun verblijf voorwerpen verwerven doordat hun bezoek dit binnenbrengt, door dit zelf binnen te brengen naar aanleiding van een uitgaansmodaliteit of door dit aan te kopen via de kantine. Kledij komt voor in de limitatieve lijst bepaald in CB nr. 113 van voorwerpen waarvan het is toegelaten dat deze worden binnengebracht via bezoek of uitgaansmodaliteit. Klager krijgt echter geen bezoek. Bovendien is de aankoop dringend waardoor hij niet kon wachten tot een uitgaansmodaliteit of de kwartaalkantine voorzien in het huishoudelijk reglement. Bijgevolg heeft de directeur, schriftelijk, aan klager de toelating gegeven om “kledij te laten opsturen.” Klager diende te laten weten wanneer dit zou toekomen. Klager heeft aan de directie laten weten dat “de kledij eind volgende week zou toekomen”, waarop de directeur “akkoord” heeft geantwoord. Klager heeft een gesprek met de directie aangevraagd in verband met het gedeponeerd pakket. De directie heeft op zijn rapportbriefje geantwoord dat “postpakketten van postorderbedrijven niet zijn toegestaan. Uw postpakket van SHEIN is derhalve ook niet toegestaan. Enkel postpakketten van familie kunnen worden toegelaten.” Gelet op het gegeven dat persoonlijke kledij een toegelaten voorwerp is, dat klager enkel de kleren heeft die hij draagt, dat er geen andere mogelijkheid was voor klager om kledij te verwerven en tenslotte de omstandigheid dat noch de schriftelijke toelating aan klager, noch het huishoudelijk reglement bepaalt dat postpakketten niet rechtstreeks van postorderbedrijven mogen geleverd
worden, is de klachtencommissie van oordeel dat de beslissing tot definitieve deponering van de bezorgde kledij onredelijk en onbillijk is. Om deze redenen is de klacht gegrond.
Klager heeft een klacht ingediend omdat zijn postpakket werd gedeponeerd. Hij had nochtans de toestemming gekregen om een postpakket met kleding te laten opsturen maar omdat het pakket rechtstreeks van een site kwam, werd het pakket gedeponeerd. Aan klager werd echter niet verteld dat hij hiermee rekening moest houden.
De voorwerpen die de gedetineerde bij zijn insluiting in de gevangenis bij zich draagt en de voorwerpen die hij tijdens zijn verblijf verwerft, worden overeenkomstig de regels die de koning zal vaststellen, in het belang van de orde en de veiligheid, naargelang het geval, en onverminderd andere wettelijke bepalingen, hetzij in zijn bezit gelaten, hetzij voor hem in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van ontvangst, hetzij op zijn verzoek uit de gevangenis verwijderd. De gedetineerde heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels.
Op basis van geraadpleegde regelgeving, besluit de klachtencommissie dat klager persoonlijke kledij in ieder geval op zijn cel mag hebben.
Klager heeft echter een tekort aan kledij. Gedetineerden kunnen tijdens hun verblijf voorwerpen verwerven doordat hun bezoek dit binnenbrengt, door dit zelf binnen te brengen naar aanleiding van een uitgaansmodaliteit of door dit aan te kopen via de kantine. Kledij komt voor in de limitatieve lijst bepaald in CB nr. 113 van voorwerpen waarvan het is toegelaten dat deze worden binnengebracht via bezoek of uitgaansmodaliteit. Klager krijgt echter geen bezoek. Bovendien is de aankoop dringend waardoor hij niet kon wachten tot een uitgaansmodaliteit of de kwartaalkantine voorzien in het huishoudelijk reglement. Bijgevolg heeft de directeur, schriftelijk, aan klager de toelating gegeven om “kledij te laten opsturen.” Klager diende te laten weten wanneer dit zou toekomen. Klager heeft aan de directie laten weten dat “de kledij eind volgende week zou toekomen”, waarop de directeur “akkoord” heeft geantwoord. Klager heeft een gesprek met de directie aangevraagd in verband met het gedeponeerd pakket. De directie heeft op zijn rapportbriefje geantwoord dat “postpakketten van postorderbedrijven niet zijn toegestaan. Uw postpakket van SHEIN is derhalve ook niet toegestaan. Enkel postpakketten van familie kunnen worden toegelaten.” Gelet op het gegeven dat persoonlijke kledij een toegelaten voorwerp is, dat klager enkel de kleren heeft die hij draagt, dat er geen andere mogelijkheid was voor klager om kledij te verwerven en tenslotte de omstandigheid dat noch de schriftelijke toelating aan klager, noch het huishoudelijk reglement bepaalt dat postpakketten niet rechtstreeks van postorderbedrijven mogen geleverd
worden, is de klachtencommissie van oordeel dat de beslissing tot definitieve deponering van de bezorgde kledij onredelijk en onbillijk is. Om deze redenen is de klacht gegrond.