KC16/23-0209
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Klager klaagt in eerste instantie aan dat de directie hem geen reden heeft gegeven waarom hij niet voor ontvangst moest tekenen van een aangetekende zending, hoewel hij dit vroeg in zijn rapportbriefje. Uit het rapportbriefje van klager blijkt dat de directie dit reeds mondeling aan klager zou hebben toegelicht.
De klachtencommissie is van oordeel dat het uitblijven van een schriftelijke mededeling van de reden, geen verzuim van de directie uitmaakt aangezien de directie wettelijk niet verplicht was om klager voor ontvangst te laten aftekenen in een boek. Bovendien maakt klager in zijn klacht niet duidelijk of en op welke manier zijn rechten zouden zijn geschonden nu blijkt dat hij de brief van de Raad van State wel degelijk heeft ontvangen. Tot slot zou de directie de kwestie reeds mondeling aan klager toegelicht hebben waardoor de klachtencommissie besluit dat de directie ook niet op grond van redelijkheid en billijkheid gehouden was om schriftelijk te reageren op het verzoek van klager.
Klager beklaagt zich ook dat de directie de schriftelijke mededeling van een beslissing waarover hij klacht wenst in te dienen, niet heeft bezorgd, hoewel hij dat gevraagd heeft in zijn schrijven van 21.11.2023.
De Basiswet vereist dat in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van de klacht, worden vermeld. Ook Collectieve Brief nr. 155 van 29 juli 2020 over het klachtenrecht vereist een duidelijke klacht. De klachtencommissie stelt vast dat klager in zijn klacht louter een datum vermeldt waarop hij zijn schriftelijke vraag aan de directie heeft gesteld. Van welke beslissing klager een schriftelijke mededeling wenste, vermeldt hij niet in zijn klacht. Deze beperkte informatie laat de klachtencommissie niet toe om te beoordelen of de directie al dan niet heeft verzuimd aan een verplichting die op haar rustte. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager klaagt in eerste instantie aan dat de directie hem geen reden heeft gegeven waarom hij niet voor ontvangst moest tekenen van een aangetekende zending, hoewel hij dit vroeg in zijn rapportbriefje. Uit het rapportbriefje van klager blijkt dat de directie dit reeds mondeling aan klager zou hebben toegelicht.
De klachtencommissie is van oordeel dat het uitblijven van een schriftelijke mededeling van de reden, geen verzuim van de directie uitmaakt aangezien de directie wettelijk niet verplicht was om klager voor ontvangst te laten aftekenen in een boek. Bovendien maakt klager in zijn klacht niet duidelijk of en op welke manier zijn rechten zouden zijn geschonden nu blijkt dat hij de brief van de Raad van State wel degelijk heeft ontvangen. Tot slot zou de directie de kwestie reeds mondeling aan klager toegelicht hebben waardoor de klachtencommissie besluit dat de directie ook niet op grond van redelijkheid en billijkheid gehouden was om schriftelijk te reageren op het verzoek van klager.
Klager beklaagt zich ook dat de directie de schriftelijke mededeling van een beslissing waarover hij klacht wenst in te dienen, niet heeft bezorgd, hoewel hij dat gevraagd heeft in zijn schrijven van 21.11.2023.
De Basiswet vereist dat in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van de klacht, worden vermeld. Ook Collectieve Brief nr. 155 van 29 juli 2020 over het klachtenrecht vereist een duidelijke klacht. De klachtencommissie stelt vast dat klager in zijn klacht louter een datum vermeldt waarop hij zijn schriftelijke vraag aan de directie heeft gesteld. Van welke beslissing klager een schriftelijke mededeling wenste, vermeldt hij niet in zijn klacht. Deze beperkte informatie laat de klachtencommissie niet toe om te beoordelen of de directie al dan niet heeft verzuimd aan een verplichting die op haar rustte. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.