Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0056

Ongegrond Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - PUNTENSYSTEEM - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - MOTIVERING

De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel van 25.02.2024, de tuchtbeslissing van 28.02.2024 en de vijf punten die werden opgelegd ingevolge de tuchtbeslissing.

Wat betreft de voorlopige maatregel van 25.02.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Op 25.02.2024 werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt. Tijdens het lossen van de wandeling ‘s avonds, hoorde opsteller tumult op sectie A1. Opsteller zag hoe er vuilnis en een deksel van een vuilnisbak op sectie werd gegooid. Toen de opsteller aankwam aan de cel in kwestie, zat klager in de cel van zijn buur. De opsteller begeleidde klager naar buiten en zag dat klager een rood oog had. De medegedetineerde
had bloed rond zijn mond en enkele rode plekken op zijn gezicht. Beide gedetineerden ontkenden echter het tumult. De cel van de medegedetineerde lag vol vuil, een kapotte vuilnisbak en een losgerukte telefoon. Klager had geen medische zorgen nodig. Een collega van de opsteller was getuige. Ingevolge het RAD, legde de directeur dezelfde avond nog een voorlopige maatregel op.

De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. Klager werd vanaf 18u45 toegewezen aan zijn cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding.
Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt dat klager en een medegedetineerde verwikkeld waren in een schermutseling. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Deze klacht is kennelijk ongegrond.

Wat betreft de tuchtbeslissing van 28.02.2024:
Klager werd op 28.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een tuchtinbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD en nog een bijkomende observatienota van 25.02.2024. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten.

Het RAD stelt duidelijk dat klager een rood oog had en dat zijn buur bloed aan de mond en rode vlekken in zijn gezicht had. Het tumult werd duidelijk gehoord door de beambten en de cel vertoonde sporen van geweld. Desondanks beide gedetineerde ontkenden ten aanzien van de beambte, zijn ze door de mand gevallen toen een beambte hen hoorde roepen naar elkaar. De klachtencommissie besluit hieruit dat er wel degelijk een schermutseling is geweest tussen beide gedetineerden. De
klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Op basis van het tuchtdossier, stelt de klachtencommissie vast dat de berekening van de tuchtsanctie wel degelijk correct was. Hoewel klager hierom had gevraagd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, heeft de directie geen toelating tot gemeenschappelijk bezoek verleend in de tuchtbeslissing. Tijdens ATV is het principe echter glasbezoek. De directeur kan hiervan afwijken en alsnog de toelating verlenen voor gewoon bezoek, maar is hiertoe niet verplicht. De tuchtsanctie was dus wettig. Naderhand heeft de directie op 01.03.2024 een e-mail gestuurd dat
klager toch toelating kreeg om zondag 03.03.2024 tafelbezoek te ontvangen. De klachtencommissie besluit dat de tuchtsanctie ook redelijk en billijk was. Deze klacht is kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing van 28.02.2024 blijft bestaan.


Wat betreft de vijf punten:
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 28.02.2024, 5 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 5 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“

De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing en het aantal punten naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent en waarom het noodzakelijk is in het kader van de orde en de
veiligheid dat klager, naast de tuchtsanctie, vijf punten kreeg toegekend. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/24-0142 opgestart