Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0060

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT

De klachten zijn gericht tegen de voorlopige maatregel van 29.02.2024 en de tuchtbeslissing van 03.03.2024.

Wat betreft de voorlopige maatregel:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Op 29.02.2024 werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt. De opsteller hoorde rumoer en zag klager lopen, achtervolgd door een andere gedetineerde die zwaar gewond was aan zijn gezicht. De opsteller heeft klager ingesloten in zijn cel zodat de medegedetineerde hem niets kon doen. Klager beweerde tegenover de opsteller dat hij niets had gedaan en dat de camerabeelden moesten bekeken worden.
De medegedetineerde verklaarde daarentegen dat klager hem met een voorwerp in het gezicht had geslagen en dat hij hem daarom achterna liep. De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. Klager werd vanaf 19u55 toegewezen aan zijn cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten.

Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt dat klager en een medegedetineerde verwikkeld waren in een schermutseling waarbij minstens één van de twee reeds verwondingen had opgelopen en waarbij vermoedelijk een steekwapen was betrokken. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was en bovendien noodzakelijk gelet op het feit dat beide gedetineerden verbleven op een vleugel in het opendeurregime. Deze klacht is kennelijk ongegrond.


Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd vervolgens op 03.03.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een tuchtinbreuk van eerste categorie. Klager werd op 03.03.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager tijdens de zitting volhield dat hij het slachtoffer was. Volgens klager was de medegedetineerde hem al de hele week aan het uitdagen. Op 29.02.2024 kwam klager de speelkamer binnen en begon de medegedetineerde met hem te vechten. Klager heeft hem kunnen ontwijken en heeft dan terug geslagen om zich te verdedigen. Gelet op de verklaring van klager dat hij heeft geslagen uit zelfverdediging, besluit de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie besluit dat de tuchtsanctie ook redelijk en billijk was. Deze klacht is kennelijk ongegrond.