KC16/24-0063
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
CELCONTROLE - UITVOERING - SCHADE
De klacht gaat over de uitvoering van de celcontrole van 04.03.2024 en de Dvd-speler van klager die hierdoor beschadigd is geraakt.
Wat betreft de uitvoering van de celcontrole:
Uit de dossierstukken blijkt dat de directie op 04.03.2024 de opdracht had gegeven om over te gaan tot een naaktfouille bij klager, gepaard met een celcontrole.
Klager verklaart dat zijn cel na de celcontrole een ravage was. Verpakkingen van voedsel waren opengescheurd, ongeopende flessen werden geopend, schroeven lagen verspreid en zijn Dvdspeler werkte niet meer. De celgenoot van klager die ook een klacht indiende (KC16/24-0064) verklaarde hetzelfde. De directie voerde hierover geen schriftelijk verweer en was niet aanwezig tijdens de zitting om dit tegen te spreken. Er werd ook geen rapport aan de directeur (RAD) of observatienota opgemaakt waaruit blijkt dat de celcontrole correct werd uitgevoerd. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de verklaringen van klager
ongeloofwaardig zouden zijn.
De klachtencommissie begrijpt dat een grondige celcontrole noodzakelijk is om de orde en veiligheid in de gevangenis te handhaven. De klachtencommissie meent echter dat de geschetste wijze van uitvoering in strijd is met het voorschrift om de waardigheid van de gedetineerde te eerbiedigen. De klachtencommissie besluit dat de uitvoering van de celcontrole op 04.03.2024 strijdig was met Collectieve Brief nr. 141. De klacht is gegrond.
Wat betreft de beschadigde Dvd-speler:
Klager verklaart dat zijn Dvd-speler beschadigd is geraakt tijdens de celcontrole van 04.03.2024. Hij verklaart dat hij de beambte alsook de directie hierover heeft aangesproken maar dat hij daarna niets meer vernam. De klachtencommissie stelt vast dat de directie hierover niets schrijft in haar schriftelijk verweer en dat zij niet aanwezig was tijdens de zitting om de verklaring van klager tegen te spreken.
Gelet op de heldere instructies uit de collectieve brief, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie heeft verzuimd om CB nr. 133 correct toe te passen door een schadedossier voor de Dvd-speler samen te stellen en in te dienen. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de 14 dagen na de betekening van de uitspraak van de klachtencommissie een schadedossier samen te stellen en in
te dienen bij de DJO.
De klacht gaat over de uitvoering van de celcontrole van 04.03.2024 en de Dvd-speler van klager die hierdoor beschadigd is geraakt.
Wat betreft de uitvoering van de celcontrole:
Uit de dossierstukken blijkt dat de directie op 04.03.2024 de opdracht had gegeven om over te gaan tot een naaktfouille bij klager, gepaard met een celcontrole.
Klager verklaart dat zijn cel na de celcontrole een ravage was. Verpakkingen van voedsel waren opengescheurd, ongeopende flessen werden geopend, schroeven lagen verspreid en zijn Dvdspeler werkte niet meer. De celgenoot van klager die ook een klacht indiende (KC16/24-0064) verklaarde hetzelfde. De directie voerde hierover geen schriftelijk verweer en was niet aanwezig tijdens de zitting om dit tegen te spreken. Er werd ook geen rapport aan de directeur (RAD) of observatienota opgemaakt waaruit blijkt dat de celcontrole correct werd uitgevoerd. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de verklaringen van klager
ongeloofwaardig zouden zijn.
De klachtencommissie begrijpt dat een grondige celcontrole noodzakelijk is om de orde en veiligheid in de gevangenis te handhaven. De klachtencommissie meent echter dat de geschetste wijze van uitvoering in strijd is met het voorschrift om de waardigheid van de gedetineerde te eerbiedigen. De klachtencommissie besluit dat de uitvoering van de celcontrole op 04.03.2024 strijdig was met Collectieve Brief nr. 141. De klacht is gegrond.
Wat betreft de beschadigde Dvd-speler:
Klager verklaart dat zijn Dvd-speler beschadigd is geraakt tijdens de celcontrole van 04.03.2024. Hij verklaart dat hij de beambte alsook de directie hierover heeft aangesproken maar dat hij daarna niets meer vernam. De klachtencommissie stelt vast dat de directie hierover niets schrijft in haar schriftelijk verweer en dat zij niet aanwezig was tijdens de zitting om de verklaring van klager tegen te spreken.
Gelet op de heldere instructies uit de collectieve brief, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie heeft verzuimd om CB nr. 133 correct toe te passen door een schadedossier voor de Dvd-speler samen te stellen en in te dienen. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de 14 dagen na de betekening van de uitspraak van de klachtencommissie een schadedossier samen te stellen en in
te dienen bij de DJO.