KC16/24-0074
Ongegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - ONTSLAG - HYGIËNE
De klacht is gericht tegen de beslissing van 13.03.2024 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal om klager te ontslaan uit de Mess.
Op grond van het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing, meent de klachtencommissie dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet langer geschikt achtte voor de arbeidspost, nl. medewerker in de personeelskeuken. De ontslagbeslissing dient in dat geval enkel bij schriftelijke ordemaatregel te gebeuren wanneer de gedetineerde hierom vraagt, met vermelding van de reden. De dienstnota verplicht de directeur niet om de gedetineerde voorafgaand aan zijn beslissing te horen. De gedetineerde kan ander werk krijgen zodra ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de houding en de persoonlijke hygiëne van klager de reden zijn voor het ontslag. Deze reden is geobjectiveerd aan de hand van meldingen in de tewerkstellingsfiche van klager en een observatienota (OBS) van 11.03.2024. Uit de OBS blijkt dat klager sinds 26.02.2024 werkt in de Mess als reserve. Gelet op zijn proefperiode werd hij geëvalueerd aan de hand van enkele criteria, vermeld in de tewerkstellingsfiche.
Uit de tewerkstellingsfiche blijkt dat klager sinds zijn aanwerving driemaal werd aangesproken over zijn penetrante zweetgeur en vuile kledij. Het personeel sprak hem hier telkens op aan hetgeen hij telkens weglachte en negeerde. Uiteindelijk werd op 11.03.2024 een officiële OBS opgemaakt met de vraag om klager te ontslaan.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de verschillende meldingen in redelijkheid en billijkheid en conform de dienstnota van 18.06.2015 tot het ontslag van klager kon besluiten. Klager heeft verschillende kansen gehad. Hij behoudt zijn plaats op de wachtlijst. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond. De ontslagbeslissing blijft bestaan.
De klacht is gericht tegen de beslissing van 13.03.2024 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal om klager te ontslaan uit de Mess.
Op grond van het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing, meent de klachtencommissie dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet langer geschikt achtte voor de arbeidspost, nl. medewerker in de personeelskeuken. De ontslagbeslissing dient in dat geval enkel bij schriftelijke ordemaatregel te gebeuren wanneer de gedetineerde hierom vraagt, met vermelding van de reden. De dienstnota verplicht de directeur niet om de gedetineerde voorafgaand aan zijn beslissing te horen. De gedetineerde kan ander werk krijgen zodra ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de houding en de persoonlijke hygiëne van klager de reden zijn voor het ontslag. Deze reden is geobjectiveerd aan de hand van meldingen in de tewerkstellingsfiche van klager en een observatienota (OBS) van 11.03.2024. Uit de OBS blijkt dat klager sinds 26.02.2024 werkt in de Mess als reserve. Gelet op zijn proefperiode werd hij geëvalueerd aan de hand van enkele criteria, vermeld in de tewerkstellingsfiche.
Uit de tewerkstellingsfiche blijkt dat klager sinds zijn aanwerving driemaal werd aangesproken over zijn penetrante zweetgeur en vuile kledij. Het personeel sprak hem hier telkens op aan hetgeen hij telkens weglachte en negeerde. Uiteindelijk werd op 11.03.2024 een officiële OBS opgemaakt met de vraag om klager te ontslaan.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de verschillende meldingen in redelijkheid en billijkheid en conform de dienstnota van 18.06.2015 tot het ontslag van klager kon besluiten. Klager heeft verschillende kansen gehad. Hij behoudt zijn plaats op de wachtlijst. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond. De ontslagbeslissing blijft bestaan.