KC16/24-0131
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - MEDISCH - MEDIA
Wat betreft het medisch dossier van klager:
Klager diende op 07.08.2023 een klacht in omdat hij zijn recht op inzage in zijn eigen medisch dossier niet kon uitoefenen doordat de directie (impliciet) weigerde om hem toegang te verlenen tot zijn gedeponeerde dozen waarin zijn medisch dossier zat bewaard. De klachtencommissie besliste op 18.11.2023 (KC16/23-0133) dat de klacht onontvankelijk was.
Op 20.11.2023 diende klager opnieuw een klacht in omdat hij nog steeds niet zijn medisch dossier had ontvangen. De klachtencommissie besliste op 23.02.2024 dat de klacht kennelijk onontvankelijk was omdat er geen sprake was van een verzuim van de directie. De directie had immers herhaald dat klager zijn medisch dossier wel degelijk had ontvangen (KC16/23-0204).
De klachtencommissie leest in de klacht van klager (KC16/24-0131) dat hij zijn medisch dossier, opgemaakt gedurende zijn detentie in de gevangenis van Leuven Centraal, heeft ontvangen alsook in de klacht van klager (KC16/24-0133) dat hij een klein medisch dossier van Brugge heeft ontvangen.
Aangezien de directie herhaalt dat klager alle medische documenten die in zijn gedeponeerde dozen zaten, heeft ontvangen, en klager niet verduidelijkt welke andere medische documenten dan die opgemaakt in de gevangenis van Brugge en Leuven Centraal, er in de dozen zouden zitten, en uit zijn klachten niet blijkt dat hij aan de inrichtingsarts heeft gevraagd om een kopie van het ontbrekende medisch dossier te ontvangen, besluit de klachtencommissie dat de directie deze keer geen beslissing heeft genomen, noch heeft geweigerd of nagelaten om een beslissing te nemen. Deze klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
Wat betreft de televisie van klager:
In zijn tweede klacht (KC16/24-0133) verwijst klager naar dossier KC16/24-0022. Op 01.02.2024 diende klager een klacht in over het feit dat hij geen aanspraak heeft kunnen maken op een volledige maand gratis tv in december 2023. Volgens klager zou er vervolgens op de zitting van de
klachtencommissie van 18.03.2024 overeen gekomen zijn dat hij een maand gratis tv zou krijgen. Hij klaagt aan dat de directie dit niet zou uitvoeren. De klachtencommissie heeft op 22.05.2024 beslist om de klacht van klager niet-ontvankelijk te verklaren (KC16/24-0022). Het is dus niet zo dat de directie een uitspraak van de klachtencommissie niet zou hebben uitgevoerd. Bovendien was de directie niet aanwezig tijdens de zitting van de klachtencommissie van 18.03.2024 zodat er ook geen overeenkomst of belofte tot stand kwam. Bij gebreke aan een verzuim van de directie, is deze klacht ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Wat betreft de ziekenhuisopname van klager:
In zijn derde en laatste klacht, beklaagt klager zich over zijn onderzoek in het ziekenhuis, in verband met slaap-apneu, dat niet verlengd werd met een bijkomende overnachting. Uit het verweer van de directie blijkt dat de medische dienst heeft beslist dat een extra, ongeplande overnachting, niet kon. Bovendien blijkt uit de communicatie van DG EPI van 28.04.2021 dat de DAB (bij afwezigheid hiervan, de lokale politie) te allen tijde verantwoordelijk is voor het regelen van de terugkeer van de gedetineerde naar de inrichting. Zij beslissen, rekening houdend met de
medische toestand/medisch attest, over de inzet van het type voertuig (politievoertuig, aangepast medisch voertuig, celvoertuig, ambulance) en staan in voor de betaling ervan. De klachtencommissie besluit dat deze klacht van klager niet gericht is tegen een beslissing van de directeur. Om deze reden is deze klacht ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Wat betreft het medisch dossier van klager:
Klager diende op 07.08.2023 een klacht in omdat hij zijn recht op inzage in zijn eigen medisch dossier niet kon uitoefenen doordat de directie (impliciet) weigerde om hem toegang te verlenen tot zijn gedeponeerde dozen waarin zijn medisch dossier zat bewaard. De klachtencommissie besliste op 18.11.2023 (KC16/23-0133) dat de klacht onontvankelijk was.
Op 20.11.2023 diende klager opnieuw een klacht in omdat hij nog steeds niet zijn medisch dossier had ontvangen. De klachtencommissie besliste op 23.02.2024 dat de klacht kennelijk onontvankelijk was omdat er geen sprake was van een verzuim van de directie. De directie had immers herhaald dat klager zijn medisch dossier wel degelijk had ontvangen (KC16/23-0204).
De klachtencommissie leest in de klacht van klager (KC16/24-0131) dat hij zijn medisch dossier, opgemaakt gedurende zijn detentie in de gevangenis van Leuven Centraal, heeft ontvangen alsook in de klacht van klager (KC16/24-0133) dat hij een klein medisch dossier van Brugge heeft ontvangen.
Aangezien de directie herhaalt dat klager alle medische documenten die in zijn gedeponeerde dozen zaten, heeft ontvangen, en klager niet verduidelijkt welke andere medische documenten dan die opgemaakt in de gevangenis van Brugge en Leuven Centraal, er in de dozen zouden zitten, en uit zijn klachten niet blijkt dat hij aan de inrichtingsarts heeft gevraagd om een kopie van het ontbrekende medisch dossier te ontvangen, besluit de klachtencommissie dat de directie deze keer geen beslissing heeft genomen, noch heeft geweigerd of nagelaten om een beslissing te nemen. Deze klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
Wat betreft de televisie van klager:
In zijn tweede klacht (KC16/24-0133) verwijst klager naar dossier KC16/24-0022. Op 01.02.2024 diende klager een klacht in over het feit dat hij geen aanspraak heeft kunnen maken op een volledige maand gratis tv in december 2023. Volgens klager zou er vervolgens op de zitting van de
klachtencommissie van 18.03.2024 overeen gekomen zijn dat hij een maand gratis tv zou krijgen. Hij klaagt aan dat de directie dit niet zou uitvoeren. De klachtencommissie heeft op 22.05.2024 beslist om de klacht van klager niet-ontvankelijk te verklaren (KC16/24-0022). Het is dus niet zo dat de directie een uitspraak van de klachtencommissie niet zou hebben uitgevoerd. Bovendien was de directie niet aanwezig tijdens de zitting van de klachtencommissie van 18.03.2024 zodat er ook geen overeenkomst of belofte tot stand kwam. Bij gebreke aan een verzuim van de directie, is deze klacht ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Wat betreft de ziekenhuisopname van klager:
In zijn derde en laatste klacht, beklaagt klager zich over zijn onderzoek in het ziekenhuis, in verband met slaap-apneu, dat niet verlengd werd met een bijkomende overnachting. Uit het verweer van de directie blijkt dat de medische dienst heeft beslist dat een extra, ongeplande overnachting, niet kon. Bovendien blijkt uit de communicatie van DG EPI van 28.04.2021 dat de DAB (bij afwezigheid hiervan, de lokale politie) te allen tijde verantwoordelijk is voor het regelen van de terugkeer van de gedetineerde naar de inrichting. Zij beslissen, rekening houdend met de
medische toestand/medisch attest, over de inzet van het type voertuig (politievoertuig, aangepast medisch voertuig, celvoertuig, ambulance) en staan in voor de betaling ervan. De klachtencommissie besluit dat deze klacht van klager niet gericht is tegen een beslissing van de directeur. Om deze reden is deze klacht ook kennelijk niet-ontvankelijk.