TUCHT - CAMERABEELDEN
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 21.09.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier van klager. Het tuchtdossier bevat één RAD en één OBS aangaande de vaststellingen gedaan op 18.09.2024. Volgens de OBS kwam een gedetineerde omstreeks 09u30 in het bureel van de opsteller van de OBS melden dat klager hem had geslagen terwijl hij koffie aan het drinken was in cel 338. De gedetineerde bloedde aan zijn hoofd. De gedetineerde zou ook klacht willen neerleggen bij de politie hierover. Uit het RAD, opgemaakt door de adjudant (technisch deskundige bewaking), blijkt dat na de melding van de gedetineerde de camerabeelden werden bekeken. Op de beelden zou te zien zijn dat klager cel 338 binnenging en enkele minuten later weer buitenkwam. Meteen daaropvolgend kwam de gedetineerde die melding had gedaan, al wankelend uit de cel, met een bebloed voorhoofd. Klager werd vanaf 09u35 onder voorlopige maatregel gezet. De directeur nam op 19.09.2024 kennis van het RAD.
Klager en zijn advocaat werden regelmatig opgeroepen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting van 21.09.2024. Op basis van het verslag van de hoorzitting, stelt de klachtencommissie vast dat klager
verklaarde dat hij niets had gedaan. Ze zouden allemaal drugs nemen en hij niet. Hij ontkent ook agressief te zijn. Klager kan de verwondingen bij de medegedetineerde niet verklaren. Zijn raadsman
verklaart dat hij bij de gedetineerden in de cel wou horen of iemand van hen klacht tegen hem wilde indienen. Toen hij zag dat er drugs werd gebruikt, is hij onmiddellijk vertrokken. Op de vraag van de
directie waarom klager vooraleer hij de cel binnenging een stampbeweging maakte in het bijzin van twee gedetineerden, ontkent hij dat te hebben gedaan. Op zijn vraag werden de camerabeelden
getoond. Volgens klager maakt hij dergelijke bewegingen als hij met mensen praat. Volgens zijn raadsman is dat nog geen bewijs dat hij de gedetineerde heeft verwond. Volgens klager en zijn
advocaat was er twijfel en diende klager dus het voordeel van de twijfel te krijgen. De directeur sanctioneerde klager voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie op basis van de observatienota, de verklaring van de gedetineerde, zijn verwondingen, een eerdere observatienota, het RAD met daarin
de beschrijving van de camerabeelden alsook de camerabeelden zelf die bovendien conform het recht op tegenspraak werden getoond aan klager en zijn raadsman, de tuchtinbreuk in hoofde van
klager bewezen heeft verklaard. De klachtencommissie is van oordeel dat al deze elementen samengenomen, eenduidig bewijzen dat klager de verwondingen heeft toegebracht aan de medegedetineerde.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de
tuchtsanctie wettig en zelfs mild was. De klachtencommissie is op de hoogte dat klager op 24.11.2023 nog gesanctioneerd werd wegens een vechtpartij met een medegedetineerde (KC16/23-
0219). Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 21.09.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier van klager. Het tuchtdossier bevat één RAD en één OBS aangaande de vaststellingen gedaan op 18.09.2024. Volgens de OBS kwam een gedetineerde omstreeks 09u30 in het bureel van de opsteller van de OBS melden dat klager hem had geslagen terwijl hij koffie aan het drinken was in cel 338. De gedetineerde bloedde aan zijn hoofd. De gedetineerde zou ook klacht willen neerleggen bij de politie hierover. Uit het RAD, opgemaakt door de adjudant (technisch deskundige bewaking), blijkt dat na de melding van de gedetineerde de camerabeelden werden bekeken. Op de beelden zou te zien zijn dat klager cel 338 binnenging en enkele minuten later weer buitenkwam. Meteen daaropvolgend kwam de gedetineerde die melding had gedaan, al wankelend uit de cel, met een bebloed voorhoofd. Klager werd vanaf 09u35 onder voorlopige maatregel gezet. De directeur nam op 19.09.2024 kennis van het RAD.
Klager en zijn advocaat werden regelmatig opgeroepen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting van 21.09.2024. Op basis van het verslag van de hoorzitting, stelt de klachtencommissie vast dat klager
verklaarde dat hij niets had gedaan. Ze zouden allemaal drugs nemen en hij niet. Hij ontkent ook agressief te zijn. Klager kan de verwondingen bij de medegedetineerde niet verklaren. Zijn raadsman
verklaart dat hij bij de gedetineerden in de cel wou horen of iemand van hen klacht tegen hem wilde indienen. Toen hij zag dat er drugs werd gebruikt, is hij onmiddellijk vertrokken. Op de vraag van de
directie waarom klager vooraleer hij de cel binnenging een stampbeweging maakte in het bijzin van twee gedetineerden, ontkent hij dat te hebben gedaan. Op zijn vraag werden de camerabeelden
getoond. Volgens klager maakt hij dergelijke bewegingen als hij met mensen praat. Volgens zijn raadsman is dat nog geen bewijs dat hij de gedetineerde heeft verwond. Volgens klager en zijn
advocaat was er twijfel en diende klager dus het voordeel van de twijfel te krijgen. De directeur sanctioneerde klager voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie op basis van de observatienota, de verklaring van de gedetineerde, zijn verwondingen, een eerdere observatienota, het RAD met daarin
de beschrijving van de camerabeelden alsook de camerabeelden zelf die bovendien conform het recht op tegenspraak werden getoond aan klager en zijn raadsman, de tuchtinbreuk in hoofde van
klager bewezen heeft verklaard. De klachtencommissie is van oordeel dat al deze elementen samengenomen, eenduidig bewijzen dat klager de verwondingen heeft toegebracht aan de medegedetineerde.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de
tuchtsanctie wettig en zelfs mild was. De klachtencommissie is op de hoogte dat klager op 24.11.2023 nog gesanctioneerd werd wegens een vechtpartij met een medegedetineerde (KC16/23-
0219). Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.