KC16/24-0234
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - PUNTENSYSTEEM - MOTIVERING - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 25.09.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal, en de drie punten die werden toegekend ingevolge deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 25.09.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 25.09.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor drie tuchtrechtelijke inbreuken van tweede categorie:
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden;
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen;
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel,
naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in rapporten aan de directeur (RAD) van 19 en 20 september 2024.7
De directeur nam op 19.09.2024 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 19.09.2024 uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting van 23.09.2024. De directeur nam op 21.09.2024 kennis van deze twee RAD’s en voegde deze toe aan de lopende tuchtprocedure. Klager werd hiervan in kennis gesteld op 23.09.2024 waardoor de oorspronkelijk tuchtzitting van 23.09.2024 werd uitgesteld naar 25.09.2024.
Klager werd met bijstand van een advocaat gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat de advocaat van klager stelde dat klager last heeft van kunstlicht nadat hij zijn ogen heeft laten laseren. Opdat het personeel hem wel nog kan zien, laat hij daarom zijn bureaulamp en het lampje boven de lavabo branden. Volgens klager en zijn advocaat kan men perfect eerst door het winket kijken voor men het licht aandoet. Klager stelt dat hij heeft geprobeerd om een medisch attest te krijgen maar dat het niet lukt. Hij heeft hiervoor de directie al aangeschreven. Hij zal onthouden dat hij dat bij de medische dienst moet opvragen. Wat betreft zijn uitspraken stelt hij dat hij een spiegel is, hij gedraagt zich tegenover anderen hoe zij zich tegenover hem gedragen. De directie verklaart dat zij nochtans rapportbriefjes van klager heeft gekregen die anders doen blijken. Klager stelt dat hij toch mag zeggen dat de directie een spastische lach en misselijkmakende smoel heeft en dat de directie beter zelf een agressiebegeleiding zou volgen.
Wat de tuchtrechtelijke inbreuk van de beledigingen betreft, is de klachtencommissie van oordeel dat uit de drie rapporten duidelijk blijkt dat klager beledigende uitspraken heeft gedaan ten aanzien van het personeel. Tijdens de hoorzitting heeft klager dat ook niet ontkend. Volgens hem is dat echter een reactie op hoe het personeel zich opstelt ten aanzien van hem. De klachtencommissie acht zijn houding en uitspraken tegenover de directie op de zitting echter toonaangevend.
Wat betreft de tuchtrechtelijke inbreuk van het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager de regel uit het huishoudelijk reglement die stelt dat het winket van de verblijfsruimte nooit afgedekt mag worden, had geschonden. De klachtencommissie stelt vast dat deze overtredingen van het huishoudelijk reglement duidelijk blijken uit de rapporten. Klager heeft dit ook niet betwist tijdens de hoorzitting. Zijn uitleg dat hij gevoelig is voor kunstlicht wordt in eerste instantie niet gesteund door een medisch attest, niet op het moment van de hoorzitting, noch bij de indiening van zijn klacht maar is bovendien ook niet relevant want het afdekken van zijn winket verhelpt dit probleem niet.
Tot slot, wat betreft de tuchtrechtelijke inbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, blijkt ook uit de rapporten dat klager de instructie om het winket vrij te maken, meermaals heeft genegeerd. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zes dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Klager stelt in zijn klacht dat niemand anders voor dergelijke feiten deze sanctie heeft gekregen. De straftoemeting is individueel en concreet omdat de directie bij de keuze van de aard en de omvang van de tuchtsanctie rekening houdt met de ernst van de inbreuk en met de omstandigheden waarin zij plaatsvond. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk en onbillijk was omdat klager geen schuldinzicht lijkt te hebben. Volgens het RAD van 19.09.2024 werd hij over het afdekken van zijn winket reeds aangesproken op 29.06.204 en op 03.08.2024, uit zijn tuchtregister blijkt dat hij hier vervolgens op 09.08.2024 tuchtrechtelijk voor werd gesanctioneerd om alsnog zowel op 19.09.2024 als op 20.09.2024 dezelfde overtreding te begaan. Wanneer hij hier over wordt aangesproken, neemt hij een aanvallende houding aan. Om deze redenen acht de klachtencommissie de klacht kennelijk ongegrond.
Wat betreft de drie punten:
Ingevolge de tuchtbeslissing van 25.09.2024, kreeg klager drie punten toegekend. De klachtencommissie besluit dat de directie een individuele beslissing ten aanzien van klager nam door de regels van het huishoudelijk reglement, in casu het puntensysteem uit bijlage 3 bij het huishoudelijk reglement, toe te passen op klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich door de toekenning van punten geraakt voelt in zijn individuele detentiesituatie. De klacht is tijdig ingediend en nauwkeurig omschreven. De klacht is ontvankelijk.
De beslissing om drie punten toe te kennen aan klager had geen wettelijke basis. Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 25.09.2024, 3 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 9 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie meent dat de beslissing tot toekenning van drie punten bovendien niet individueel werd gemotiveerd. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal
punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager, bovenop zijn tuchtsanctie, drie punten kreeg toegekend. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 25.09.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal, en de drie punten die werden toegekend ingevolge deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 25.09.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 25.09.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor drie tuchtrechtelijke inbreuken van tweede categorie:
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden;
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen;
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel,
naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in rapporten aan de directeur (RAD) van 19 en 20 september 2024.7
De directeur nam op 19.09.2024 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 19.09.2024 uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting van 23.09.2024. De directeur nam op 21.09.2024 kennis van deze twee RAD’s en voegde deze toe aan de lopende tuchtprocedure. Klager werd hiervan in kennis gesteld op 23.09.2024 waardoor de oorspronkelijk tuchtzitting van 23.09.2024 werd uitgesteld naar 25.09.2024.
Klager werd met bijstand van een advocaat gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat de advocaat van klager stelde dat klager last heeft van kunstlicht nadat hij zijn ogen heeft laten laseren. Opdat het personeel hem wel nog kan zien, laat hij daarom zijn bureaulamp en het lampje boven de lavabo branden. Volgens klager en zijn advocaat kan men perfect eerst door het winket kijken voor men het licht aandoet. Klager stelt dat hij heeft geprobeerd om een medisch attest te krijgen maar dat het niet lukt. Hij heeft hiervoor de directie al aangeschreven. Hij zal onthouden dat hij dat bij de medische dienst moet opvragen. Wat betreft zijn uitspraken stelt hij dat hij een spiegel is, hij gedraagt zich tegenover anderen hoe zij zich tegenover hem gedragen. De directie verklaart dat zij nochtans rapportbriefjes van klager heeft gekregen die anders doen blijken. Klager stelt dat hij toch mag zeggen dat de directie een spastische lach en misselijkmakende smoel heeft en dat de directie beter zelf een agressiebegeleiding zou volgen.
Wat de tuchtrechtelijke inbreuk van de beledigingen betreft, is de klachtencommissie van oordeel dat uit de drie rapporten duidelijk blijkt dat klager beledigende uitspraken heeft gedaan ten aanzien van het personeel. Tijdens de hoorzitting heeft klager dat ook niet ontkend. Volgens hem is dat echter een reactie op hoe het personeel zich opstelt ten aanzien van hem. De klachtencommissie acht zijn houding en uitspraken tegenover de directie op de zitting echter toonaangevend.
Wat betreft de tuchtrechtelijke inbreuk van het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager de regel uit het huishoudelijk reglement die stelt dat het winket van de verblijfsruimte nooit afgedekt mag worden, had geschonden. De klachtencommissie stelt vast dat deze overtredingen van het huishoudelijk reglement duidelijk blijken uit de rapporten. Klager heeft dit ook niet betwist tijdens de hoorzitting. Zijn uitleg dat hij gevoelig is voor kunstlicht wordt in eerste instantie niet gesteund door een medisch attest, niet op het moment van de hoorzitting, noch bij de indiening van zijn klacht maar is bovendien ook niet relevant want het afdekken van zijn winket verhelpt dit probleem niet.
Tot slot, wat betreft de tuchtrechtelijke inbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, blijkt ook uit de rapporten dat klager de instructie om het winket vrij te maken, meermaals heeft genegeerd. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zes dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Klager stelt in zijn klacht dat niemand anders voor dergelijke feiten deze sanctie heeft gekregen. De straftoemeting is individueel en concreet omdat de directie bij de keuze van de aard en de omvang van de tuchtsanctie rekening houdt met de ernst van de inbreuk en met de omstandigheden waarin zij plaatsvond. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk en onbillijk was omdat klager geen schuldinzicht lijkt te hebben. Volgens het RAD van 19.09.2024 werd hij over het afdekken van zijn winket reeds aangesproken op 29.06.204 en op 03.08.2024, uit zijn tuchtregister blijkt dat hij hier vervolgens op 09.08.2024 tuchtrechtelijk voor werd gesanctioneerd om alsnog zowel op 19.09.2024 als op 20.09.2024 dezelfde overtreding te begaan. Wanneer hij hier over wordt aangesproken, neemt hij een aanvallende houding aan. Om deze redenen acht de klachtencommissie de klacht kennelijk ongegrond.
Wat betreft de drie punten:
Ingevolge de tuchtbeslissing van 25.09.2024, kreeg klager drie punten toegekend. De klachtencommissie besluit dat de directie een individuele beslissing ten aanzien van klager nam door de regels van het huishoudelijk reglement, in casu het puntensysteem uit bijlage 3 bij het huishoudelijk reglement, toe te passen op klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich door de toekenning van punten geraakt voelt in zijn individuele detentiesituatie. De klacht is tijdig ingediend en nauwkeurig omschreven. De klacht is ontvankelijk.
De beslissing om drie punten toe te kennen aan klager had geen wettelijke basis. Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 25.09.2024, 3 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 9 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie meent dat de beslissing tot toekenning van drie punten bovendien niet individueel werd gemotiveerd. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal
punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager, bovenop zijn tuchtsanctie, drie punten kreeg toegekend. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.