TUCHT - HUISHOUDEIJK REGLEMENT - VERBODEN VOORWEREN
De klacht is gericht tegen de tuchtsanctie van 25.10.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat klager werd gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen naar aanleiding van de vondst op 22.10.2024 van een gsm met oplader in zijn cel.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting ook vast dat klager het bezit en gebruik van een gsm niet heeft betwist. Klager gaf meteen toe dat hij de gsm van een gedetineerde had gekregen die werd vrijgelaten. In zijn klachtenformulier lijkt hij deze tuchtinbreuk en bijgevolg het opleggen van een sanctie ook niet te betwisten, maar hij vindt dat hij te zwaar werd gesanctioneerd. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de
wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting.
Klager werd gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van eerste en van tweede categorie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. De directeur heeft een algemene tuchtsanctie van vijftien dagen ATV opgelegd. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is dertig dagen ATV de wettelijk toegelaten maximumsanctie. De opgelegde sanctie was dus wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie ook mild was in verhouding tot de ernst van de inbreuk.
Om deze reden is de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing van 25.10.2024 blijft bestaan.
De klacht is gericht tegen de tuchtsanctie van 25.10.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat klager werd gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen naar aanleiding van de vondst op 22.10.2024 van een gsm met oplader in zijn cel.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting ook vast dat klager het bezit en gebruik van een gsm niet heeft betwist. Klager gaf meteen toe dat hij de gsm van een gedetineerde had gekregen die werd vrijgelaten. In zijn klachtenformulier lijkt hij deze tuchtinbreuk en bijgevolg het opleggen van een sanctie ook niet te betwisten, maar hij vindt dat hij te zwaar werd gesanctioneerd. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de
wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting.
Klager werd gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van eerste en van tweede categorie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. De directeur heeft een algemene tuchtsanctie van vijftien dagen ATV opgelegd. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is dertig dagen ATV de wettelijk toegelaten maximumsanctie. De opgelegde sanctie was dus wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie ook mild was in verhouding tot de ernst van de inbreuk.
Om deze reden is de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing van 25.10.2024 blijft bestaan.