TUCHT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 18.11.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in een rapport aan de directeur (RAD) van 14.11.2024.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door een getuige. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Klager voelde zich geviseerd doch uit het RAD blijkt dat klager niet de enige was waarbij verhoogde waakzaamheid was in verband met de inname van medicatie. Dat klager om die reden op dergelijke manier reageerde, vindt de klachtencommissie niet correct. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een voorwaardelijke algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook redelijk en billijk was gelet op het voorwaardelijk karakter ervan, desondanks het uitgebreid tuchtregister van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 18.11.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in een rapport aan de directeur (RAD) van 14.11.2024.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door een getuige. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Klager voelde zich geviseerd doch uit het RAD blijkt dat klager niet de enige was waarbij verhoogde waakzaamheid was in verband met de inname van medicatie. Dat klager om die reden op dergelijke manier reageerde, vindt de klachtencommissie niet correct. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een voorwaardelijke algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook redelijk en billijk was gelet op het voorwaardelijk karakter ervan, desondanks het uitgebreid tuchtregister van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.