KC16/25-0052
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
DEPONERING VOORWERPEN - MOTIVERING
Klager dient klacht in omdat er problemen zouden zijn met zijn voorwerpen. Klager verwijst naar artikel 45, §2 van de Basiswet. Op 12/02/2025 had klager een gesprek met de directie voor kennismaking. Hij is op 12/02/2025 toegekomen in de gevangenis van Leuven Centraal (transfer). In zijn transferbakje bevond zich een Senseo-machine, een Sony Blue Ray speler en een afstandsbediening dat universeel is. De Senseo en de afstandsbediening werden niet toegelaten, waardoor klager zijn koffiepads senseo en zijn Blue Ray speler niet kon gebruiken. Klager meent dat dit een schending van artikel 45, §2 van de Basiswet inhoudt, vermits alles werd aangekocht in een andere gevangenis. De gevangenis van Leuven Centraal is de 4de gevangenis van klager. In alle andere gevangenissen werden voormelde voorwerpen toegelaten. Tijdens het gesprek met de directie had klager reeds de vraag gesteld van wat klager op cel zou mogen hebben. Enkel zijn kookplaat zou toegestaan worden, maar enkel wanneer hij in een monocel zou verblijven. Daarnaast schrijft klager dat hij een klacht indient tegen een ‘andere’ beslissing. Zijn nazending uit Dendermonde-Nieuw zou zijn toegekomen. De gevangenis van Leuven Centraal zou als reden dat klager zijn goederen niet ontvangt, aanhalen dat de voorwerpen op de kantine van Leuven Centraal staan. Klager meent dat dit onwettig is.
De voorwerpen die de gedetineerde bij zijn insluiting in de gevangenis bij zich draagt en de voorwerpen die hij tijdens zijn verblijf verwerft, worden overeenkomstig de regels die de koning zal vaststellen, in het belang van de orde en de veiligheid, naargelang het geval, en onverminderd andere wettelijke bepalingen, hetzij in zijn bezit gelaten, hetzij voor hem in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van ontvangst, hetzij op zijn verzoek uit de gevangenis verwijderd. De gedetineerde heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels. De klachtencommissie wijst erop dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen, met redenen omkleed moeten zijn. De directie beperkt zich in haar verweer tot ‘De voorwerpen die met STOP werden gedeponeerd betreffen voorwerpen die conform het Huishoudelijk Reglement niet toegestaan zijn in deze inrichting.’ De klachtencommissie heeft, net zoals klager, geen zicht op welke precieze motieven de directie haar weigeringsbeslissing heeft gesteund. Buiten het feit dat de voorwerpen niet expliciet vermeld staan in het HHR, ondersteunt de directie haar argument verder niet.
De klacht is om deze reden gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing. De klachtencommissie draagt de directie om een nieuwe beslissing te nemen over het al dan niet mogen bezitten van de verboden voorwerpen op cel, met inachtneming van deze uitspraak en dit binnen een termijn van twee weken na de betekening van deze beslissing aan de directie. Zij kent verder geen tegemoetkoming toe.
Klager dient klacht in omdat er problemen zouden zijn met zijn voorwerpen. Klager verwijst naar artikel 45, §2 van de Basiswet. Op 12/02/2025 had klager een gesprek met de directie voor kennismaking. Hij is op 12/02/2025 toegekomen in de gevangenis van Leuven Centraal (transfer). In zijn transferbakje bevond zich een Senseo-machine, een Sony Blue Ray speler en een afstandsbediening dat universeel is. De Senseo en de afstandsbediening werden niet toegelaten, waardoor klager zijn koffiepads senseo en zijn Blue Ray speler niet kon gebruiken. Klager meent dat dit een schending van artikel 45, §2 van de Basiswet inhoudt, vermits alles werd aangekocht in een andere gevangenis. De gevangenis van Leuven Centraal is de 4de gevangenis van klager. In alle andere gevangenissen werden voormelde voorwerpen toegelaten. Tijdens het gesprek met de directie had klager reeds de vraag gesteld van wat klager op cel zou mogen hebben. Enkel zijn kookplaat zou toegestaan worden, maar enkel wanneer hij in een monocel zou verblijven. Daarnaast schrijft klager dat hij een klacht indient tegen een ‘andere’ beslissing. Zijn nazending uit Dendermonde-Nieuw zou zijn toegekomen. De gevangenis van Leuven Centraal zou als reden dat klager zijn goederen niet ontvangt, aanhalen dat de voorwerpen op de kantine van Leuven Centraal staan. Klager meent dat dit onwettig is.
De voorwerpen die de gedetineerde bij zijn insluiting in de gevangenis bij zich draagt en de voorwerpen die hij tijdens zijn verblijf verwerft, worden overeenkomstig de regels die de koning zal vaststellen, in het belang van de orde en de veiligheid, naargelang het geval, en onverminderd andere wettelijke bepalingen, hetzij in zijn bezit gelaten, hetzij voor hem in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van ontvangst, hetzij op zijn verzoek uit de gevangenis verwijderd. De gedetineerde heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels. De klachtencommissie wijst erop dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen, met redenen omkleed moeten zijn. De directie beperkt zich in haar verweer tot ‘De voorwerpen die met STOP werden gedeponeerd betreffen voorwerpen die conform het Huishoudelijk Reglement niet toegestaan zijn in deze inrichting.’ De klachtencommissie heeft, net zoals klager, geen zicht op welke precieze motieven de directie haar weigeringsbeslissing heeft gesteund. Buiten het feit dat de voorwerpen niet expliciet vermeld staan in het HHR, ondersteunt de directie haar argument verder niet.
De klacht is om deze reden gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing. De klachtencommissie draagt de directie om een nieuwe beslissing te nemen over het al dan niet mogen bezitten van de verboden voorwerpen op cel, met inachtneming van deze uitspraak en dit binnen een termijn van twee weken na de betekening van deze beslissing aan de directie. Zij kent verder geen tegemoetkoming toe.