ONGESTOORD BEZOEK - MOTIVERING
In zijn klachtenformulier schrijft klager dat hij een klacht indient tegen een beslissing tot weigering van ongestoord bezoek met zijn partner. Klager benadrukt dat hij feitelijk bij zijn partner woonde en dat de gevraagde zes maanden belangstelling door zijn partner werd aangetoond aan de hand van berichtjes. Zij heeft bovendien de aanvraag voor het bezoek ingediend. Hij verwijst ook naar het feit dat hij in 2021 elektronisch toezicht heeft gekregen, een periode waarin hij samen met zijn huidige partner heeft samengewoond en die eveneens zonder problemen is verlopen. Ondanks dat er nooit incidenten zijn geweest, werd zijn verzoek voor ongestoord bezoek nu geweigerd. Ten slotte stelt klager dat hij al meerdere gesprekken met PSD heeft aangevraagd, maar dat hij zelden wordt opgeroepen. De gesprekken die hij had, duurden slechts enkele minuten. Hij heeft tijd gestoken in het delen van zijn levensverhaal en zijn situatie, maar hij merkt dat hier niets concreets uit voortvloeit. Twee maanden geleden had hij een gesprek, de maand ervoor ook, beide slechts vijf minuten. Ondanks zijn inspanningen krijgt hij weinig gehoor.
Het bezoek aan de gevangenis wordt geregeld in de Basiswet. Iedere gedetineerde heeft minstens eenmaal per maand recht op ongestoord bezoek, gedurende minimum twee uur, overeenkomstig de door de Koning te bepalen voorwaarden en nadere regels. Klager diende op 23/01/2025 een aanvraag in voor ongestoord bezoek met zijn niet-samenwonende vriendin, een bezoeker van categorie 2. Bezoekers van categorie 2 worden toegelaten tot het bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. Uit de schriftelijke weigeringsbeslissing blijkt dat de directie meent dat de aard van de feiten een contra-indicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Vooral de veiligheid en de fysieke- en psychische integriteit van de bezoekster kan onvoldoende gegarandeerd worden volgens de directie. Dit wordt gesteund op gerechtelijke informatie en niet op zijn gedrag tijdens detentie of een psychosociaal onderzoek. Hoewel er niet wordt verwezen naar specifieke stukken om klagers gedrag in detentie te onderbouwen, meent de klachtencommissie dat de directie in redelijkheid de recente tenlastegelegde feiten van partnergeweld kon beschouwen als een contra-indicatie. Aangezien het psychosociaal onderzoek nog lopende is en er geen volledig zicht is op de criminogene en risicofactoren die tot de feiten hebben geleid, is het begrijpelijk dat de directie vanuit preventief oogpunt voorlopig het ongestoord bezoek weigert. Zoals de wet voorziet, mag de directie nagaan of er een potentieel gevaar bestaat voor de veiligheid, zonder te hoeven afwachten of zich daadwerkelijk incidenten voordoen. Daarnaast blijkt uit het verslag van de PSD dat klager eerder werd veroordeeld voor ernstige feiten, waaronder verkrachting, slagen en verwondingen en bedreigingen, en dat er sprake was van herhaald grensoverschrijdend gedrag in verschillende relationele situaties. Gezien de aard van de veroordeling en de onzekerheid rond de relationele dynamieken van klager, acht de klachtencommissie het redelijk dat ongestoord bezoek voorlopig wordt geweigerd in afwachting van verdere evaluatie. Daarbij is van belang dat het psychosociaal onderzoek nog niet is afgerond en er geen inzicht is in de mate waarin klager zijn gedrag heeft aangepast sinds zijn veroordeling. De weigering van het ongestoord bezoek werd bovendien schriftelijk genomen en met redenen omkleed; de directie heeft de weigering gemotiveerd omwille van het gegeven dat de (recente) feiten zijn gepleegd ten aanzien van klagers partner. De motivering voldoet aan de vereisten van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
In zijn klachtenformulier schrijft klager dat hij een klacht indient tegen een beslissing tot weigering van ongestoord bezoek met zijn partner. Klager benadrukt dat hij feitelijk bij zijn partner woonde en dat de gevraagde zes maanden belangstelling door zijn partner werd aangetoond aan de hand van berichtjes. Zij heeft bovendien de aanvraag voor het bezoek ingediend. Hij verwijst ook naar het feit dat hij in 2021 elektronisch toezicht heeft gekregen, een periode waarin hij samen met zijn huidige partner heeft samengewoond en die eveneens zonder problemen is verlopen. Ondanks dat er nooit incidenten zijn geweest, werd zijn verzoek voor ongestoord bezoek nu geweigerd. Ten slotte stelt klager dat hij al meerdere gesprekken met PSD heeft aangevraagd, maar dat hij zelden wordt opgeroepen. De gesprekken die hij had, duurden slechts enkele minuten. Hij heeft tijd gestoken in het delen van zijn levensverhaal en zijn situatie, maar hij merkt dat hier niets concreets uit voortvloeit. Twee maanden geleden had hij een gesprek, de maand ervoor ook, beide slechts vijf minuten. Ondanks zijn inspanningen krijgt hij weinig gehoor.
Het bezoek aan de gevangenis wordt geregeld in de Basiswet. Iedere gedetineerde heeft minstens eenmaal per maand recht op ongestoord bezoek, gedurende minimum twee uur, overeenkomstig de door de Koning te bepalen voorwaarden en nadere regels. Klager diende op 23/01/2025 een aanvraag in voor ongestoord bezoek met zijn niet-samenwonende vriendin, een bezoeker van categorie 2. Bezoekers van categorie 2 worden toegelaten tot het bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. Uit de schriftelijke weigeringsbeslissing blijkt dat de directie meent dat de aard van de feiten een contra-indicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Vooral de veiligheid en de fysieke- en psychische integriteit van de bezoekster kan onvoldoende gegarandeerd worden volgens de directie. Dit wordt gesteund op gerechtelijke informatie en niet op zijn gedrag tijdens detentie of een psychosociaal onderzoek. Hoewel er niet wordt verwezen naar specifieke stukken om klagers gedrag in detentie te onderbouwen, meent de klachtencommissie dat de directie in redelijkheid de recente tenlastegelegde feiten van partnergeweld kon beschouwen als een contra-indicatie. Aangezien het psychosociaal onderzoek nog lopende is en er geen volledig zicht is op de criminogene en risicofactoren die tot de feiten hebben geleid, is het begrijpelijk dat de directie vanuit preventief oogpunt voorlopig het ongestoord bezoek weigert. Zoals de wet voorziet, mag de directie nagaan of er een potentieel gevaar bestaat voor de veiligheid, zonder te hoeven afwachten of zich daadwerkelijk incidenten voordoen. Daarnaast blijkt uit het verslag van de PSD dat klager eerder werd veroordeeld voor ernstige feiten, waaronder verkrachting, slagen en verwondingen en bedreigingen, en dat er sprake was van herhaald grensoverschrijdend gedrag in verschillende relationele situaties. Gezien de aard van de veroordeling en de onzekerheid rond de relationele dynamieken van klager, acht de klachtencommissie het redelijk dat ongestoord bezoek voorlopig wordt geweigerd in afwachting van verdere evaluatie. Daarbij is van belang dat het psychosociaal onderzoek nog niet is afgerond en er geen inzicht is in de mate waarin klager zijn gedrag heeft aangepast sinds zijn veroordeling. De weigering van het ongestoord bezoek werd bovendien schriftelijk genomen en met redenen omkleed; de directie heeft de weigering gemotiveerd omwille van het gegeven dat de (recente) feiten zijn gepleegd ten aanzien van klagers partner. De motivering voldoet aan de vereisten van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht ongegrond.