TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Wat betreft tuchtbeslissingen, kan de gedetineerde alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk wanneer de directie, op grond van al het bewijsmateriaal waarover zij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. De directie heeft hierbij een discretionaire bevoegdheid.
Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd voor de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
De directie heeft voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name: “5. De verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn verboden, behoudens toelating van de directeur. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur via verkoop, ruil, lening, schenking of een gelijkaardige handeling verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen voor de gedetineerde die er eigenaar van is” (HHR, versie van 16/11/2023, p. 10).
De klachtencommissie meent dat de rol van klager duidelijk blijkt uit het RAD en dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen doen twijfelen. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 5 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. Bijgevolg is de klacht ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Wat betreft tuchtbeslissingen, kan de gedetineerde alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk wanneer de directie, op grond van al het bewijsmateriaal waarover zij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. De directie heeft hierbij een discretionaire bevoegdheid.
Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd voor de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
De directie heeft voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name: “5. De verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn verboden, behoudens toelating van de directeur. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur via verkoop, ruil, lening, schenking of een gelijkaardige handeling verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen voor de gedetineerde die er eigenaar van is” (HHR, versie van 16/11/2023, p. 10).
De klachtencommissie meent dat de rol van klager duidelijk blijkt uit het RAD en dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen doen twijfelen. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 5 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. Bijgevolg is de klacht ongegrond.