Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0155

Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
ARBEID - REKENINGEN - TERMIJN

Klager beklaagt zich erover dat hij voor de laatste week van februari geen loon uitbetaald kreeg, hoewel hij toen in het naaiatelier werkte. Uit het verweer van de directie blijkt dat er een beslissing genomen werd om klager niet te vergoeden voor het naaiwerk van de laatste week van februari, aangezien hij voor die week geen bruikbare stuks afleverde. Een klacht die handelt over een beslissing tot het niet vergoeden van bepaalde arbeid, behoort in principe tot het toepassingsgebied van het beklagrecht.

De klacht dient te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen (artikel 150, §5 Basiswet). Een na afloop van de termijn van zeven dagen ingediende klacht kan alsnog ontvankelijk worden verklaard, indien rekening houdend met alle omstandigheden, de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kan worden (artikel 150, §5, tweede lid Basiswet). Uit het verweer van de directie blijkt dat de loonberekening telkens de 23ste van de maand wordt afgesloten en het loon vervolgens wordt uitbetaald. De loonberekening voor de laatste week van februari gebeurde aldus op de 23ste maart, waarna (niet-)uitbetaling volgde. Volgens de klachtencommissie was klager dus eind maart of uiterlijk begin april op de hoogte van de niet-uitbetaling. Klager diende zijn klacht pas op 2 mei 2025 in. Hij diende zijn klacht aldus laattijdig in en voerde geen elementen aan ter verantwoording van deze laattijdige indiening.

De klacht is niet-ontvankelijk.