Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0156

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - SAISINE

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

Wat betreft tuchtbeslissingen, kan de gedetineerde alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk wanneer de directie, op grond van al het bewijsmateriaal waarover zij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. De directie heeft hierbij een discretionaire bevoegdheid.

Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd voor de inbreuk van de tweede categorie “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden". De directie mag in haar motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.

De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. De klachtencommissie kan besluiten dat de aangevochten beslissing niet onwettelijk, onredelijk of onbillijk is. Bijgevolg is de klacht ongegrond.