Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0176

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES

Klager dient klacht in tegen de fouillering op het lichaam. Hij stelt dat er een geur hing, die door de chef aan klager werd toegewezen. Klager meent dat dit onterecht is en dat de fouillering en celcontrole negatief waren.

De klachtencommissie is van mening dat de motivering onvoldoende is voor een ingrijpende maatregel als de fouillering op het lichaam. Uit de motivering van de naaktfouillering blijkt dat ‘een geur van een verboden substantie waargenomen [werd] in de verblijfsruimte van betrokkene’. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie blijkt echter dat enkel het luikje van de celdeur geopend is geweest, maar niet de deur van de cel van klager zelf. Door het feit dat de directie heeft nagelaten aanwezig te zijn op de zitting van de klachtencommissie en in haar verweer enkel verwijst naar de motivering van de tuchtbeslissing, kan de klachtencommissie nergens uit afleiden dat de beambten op het moment van de feiten de geur hebben vastgesteld in de cel van klager of dat er op dat moment een verder onderzoek heeft plaatsgevonden.
Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat ook niet voldaan is aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. Hoewel de directie in haar motivering bij de naaktfouillering stelt dat “aangezien de omvang of het volume van deze substanties zeer klein kan zijn, bestaat de kans dat ze verstopt zijn in het ondergoed of op het lichaam”, nergens uit de motivering blijkt dat eerst de cel van klager gecontroleerd zou zijn geweest – of minstens de deur zou zijn geopend – op het moment dat de beambten de geur zouden hebben waargenomen. De klachtencommissie nam op de hoorzitting kennis van het feit dat de dag nadien een celcontrole is uitgevoerd in dezelfde periode als de uitvoering van de naaktfouillering, maar kan bij gebreke aan stukken niet vaststellen of de celcontrole heeft plaatsgevonden voor, tijdens of na de naaktfouillering. De klachtencommissie ziet geen reden waarom geen verder onderzoek werd gevoerd op of kort na het moment van de feiten, namelijk toen op 20/05/2025 een geur zou zijn vastgesteld.

De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat artikel 108 van de Basiswet geschonden is. Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot fouillering van het lichaam van 21/05/2025 wordt vernietigd.