Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0210

Gegrond Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - OVERPLAATSING

De klacht is gericht tegen het gegeven dat klager verschillende keren niet werd overgebracht naar de strafuitvoeringsrechtbank. De overbrenging van gedetineerden naar de strafuitvoeringsrechtbank behoort tot de bevoegdheid van DAB, een dienst die onder de politie ressorteert. Klachten over de (gebrekkige) werking hiervan vallen dan ook niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager richtte meermaals een aanvraag tot overplaatsing aan de directie maar ontving geen reactie. De klachtencommissie stelt uit de aanvullende informatie van de directie vast dat, hoewel een aanvraag tot overplaatsing niet uitsluitend via de directie dient te verlopen, dit in elk geval wel de gebruikelijke weg is. De klachtencommissie meent dan ook dat, indien een aanvraag tot overplaatsing aan de directie gericht wordt, de directie niet zomaar kan stilzitten. Minstens dient zij klager ervan te informeren dat zij géén gevolg zal geven aan zijn vraag (lees: de aanvraag niet zal bezorgen aan DDB), zodat klager desgevallend zélf nog de nodige stappen kan ondernemen. Indien dit niet gebeurt, verliest klager immers nodeloos tijd. De klachtencommissie oordeelt dan ook dat er in het voorliggend dossier sprake was van een situatie waarin er op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing (lees: de aanvraag overmaken dan wel klager informeren dat ze de aanvraag niet zou overmaken) om de rechten van klager te waarborgen. De klacht is volgens de klachtencommissie dan ook gericht tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen. De klacht werd ingediend op 20 juni 2025. De directie stelde haar verweer pas op 21 september 2025 op en stelde hierin dat het classificatieverzoek “wordt” opgestart. Ze verwees daarbij naar de vraag tot overplaatsing die klager daags voordien, op 20 september 2025 (nogmaals) formuleerde in gesprek met de directie. Over de eerdere aanvragen van klager werd géén informatie gegeven. Aangezien de directie (pas) aan de slag ging met de aanvraag van 20 september 2025, gaat de klachtencommissie ervan uit dat de eerdere aanvragen van klager hierover inderdaad zonder enig gevolg bleven. Op het moment van indiening van de klacht was er dan ook sprake van een verzuim in hoofde van de directie, waardoor de klacht gegrond dient te worden verklaard. De klachtencommissie draagt de directie op de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken door de aanvraag tot overplaatsing zo spoedig mogelijk (na ontvangst van de verduidelijkingen die nog door de advocate dienen aangebracht te worden) over te maken aan DDB.