Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0239

Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - DEPONERING VOORWERPEN

Klager dient klacht in omwille van het gegeven dat hij zijn donsdeken dat hij in Beveren aankocht (bestaande uit twee aaneengenaaide dunne donsdekens) in Leuven Centraal niet in het bezit krijgt. Hij zou hiervoor nochtans toestemming hebben vanwege de directie. Klager verklaart dat hij in mei 2025 van de directie van Leuven Centraal toestemming kreeg om het donsdeken in zijn bezit te hebben. De toestemming zou hem ter kennis zijn gebracht via de commissie van toezicht. Van deze toestemming is geen schriftelijk stuk voorhanden. Hij weet ook niet welk directielid de toestemming verleende. Klager beweert dat de directie vervolgens niet het nodige deed om het winket hiervan op de hoogte te brengen, aangezien het winket hem meldde dat er een STOP vermeld staat. Hiertegen diende klager op 1 augustus 2025 een klacht in.

De klachtencommissie ging er in eerste instantie dan ook van uit dat klager de directie mogelijks een bepaald verzuim om het nodige te doen zodat aan haar beslissing uitvoer kon worden gegeven verweet, dat in het kader van een bemiddeling gemakkelijk verholpen kon worden. In het kader van de bemiddeling betwistte de directie ten overstaan van de maandcommissaris echter dat er toestemming werd verleend.

De klachtencommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over de vermeende gebrekkige uitvoering van een beslissing (toestemming) die hij in mei zou zijn bekomen. Klager diende zijn klacht pas een drietal maanden nadat deze beslissing volgens hem zou zijn genomen in. Volgens de klachtencommissie was zijn klacht dan ook laattijdig. Klager richtte in de maanden na de vermeende toestemming van mei 2025 ook geen enkel schrijven hierover aan de directie, zodat de klachtencommissie ook op dat vlak niet kan besluiten tot een verzuim of weigering vanwege de directie om hierover alsnog een beslissing te nemen. Daarnaast was er volgens de directie geen sprake van een beslissing (toestemming) in de zin zoals door klager aangevoerd, zodat er ook geen sprake kan zijn van een gebrekkige uitvoering ervan. De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan deze verklaring van de directie, aangezien ze ook verduidelijkt in welk geval het donsdeken wél zou worden toegestaan (attest aangaande medische noodzaak), hetgeen in het voorliggend dossier niet voorhanden is.

De klacht is niet-ontvankelijk.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0105 opgestart