KC16/25-0297
Ongegrond
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - GEUR
Het feit dat een beambte en een adjudant een druggeur waarnemen ter hoogte van de cel waarin klager verblijft, is volgens de klachtencommissie een concrete individuele aanwijzing dat klager mogelijks in het bezit was van verboden substanties. De klachtencommissie stelt verder vast dat de directie wel degelijk in de beslissing heeft gemotiveerd waarom een onderzoek aan het lichaam noodzakelijk was aangezien drugs dermate klein kunnen zijn dat deze verstopt worden op plaatsen die tijdens een oppervlakkig onderzoek aan de kledij niet toegankelijk zijn. De klachtencommissie meent dat de klacht tegen de naaktfouille ongegrond is.
De directie was van oordeel dat een voorlopige maatregel noodzakelijk was omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast omwille van de waargenomen druggeur aan zijn cel. De klachtencommissie meent dat deze vaststellingen verdacht waren en mogelijks een aanwijzing waren dat klager drugs had gebruikt. De daaropvolgende naaktfouille en celcontrole hebben echter niets opgeleverd die deze aanwijzing ondersteunden. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch in de motivering van de voorlopige maatregel, noch in het RAD worden omstandigheden beschreven waaruit afgeleid kan worden dat er een gevaar was voor de fysieke integriteit van klager zelf, het personeel of andere gedetineerden. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. Aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, besluit de klachtencommissie dat de voorlopige maatregel niet conform de Basiswet werd opgelegd. De klachtencommissie meent dat de klacht tegen de voorlopige maatregel gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming belkrediet ter waarde van 30 (dertig) minuten toe.
Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. In het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Centraal is bepaald dat de gedetineerde de voorwerpen in zijn bezit louter dient aan te wenden voor hun normaal gebruik. De voorwerpen die worden afgewend van hun normaal gebruik worden uit de cel verwijderd. Klager heeft tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaard dat hij de voering van de boxershorts heeft losgemaakt om op die manier zijn jetons daarin te kunnen steken zodat hij zichzelf kan beschermen tijdens onder andere de wandeling. De klachtencommissie meent dat klager op die manier zijn onderbroeken heeft afgewend van hun normaal gebruik en de tuchtrechtelijke inbreuk alsook de in bewaarneming dus terecht waren. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vier dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Het feit dat een beambte en een adjudant een druggeur waarnemen ter hoogte van de cel waarin klager verblijft, is volgens de klachtencommissie een concrete individuele aanwijzing dat klager mogelijks in het bezit was van verboden substanties. De klachtencommissie stelt verder vast dat de directie wel degelijk in de beslissing heeft gemotiveerd waarom een onderzoek aan het lichaam noodzakelijk was aangezien drugs dermate klein kunnen zijn dat deze verstopt worden op plaatsen die tijdens een oppervlakkig onderzoek aan de kledij niet toegankelijk zijn. De klachtencommissie meent dat de klacht tegen de naaktfouille ongegrond is.
De directie was van oordeel dat een voorlopige maatregel noodzakelijk was omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast omwille van de waargenomen druggeur aan zijn cel. De klachtencommissie meent dat deze vaststellingen verdacht waren en mogelijks een aanwijzing waren dat klager drugs had gebruikt. De daaropvolgende naaktfouille en celcontrole hebben echter niets opgeleverd die deze aanwijzing ondersteunden. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch in de motivering van de voorlopige maatregel, noch in het RAD worden omstandigheden beschreven waaruit afgeleid kan worden dat er een gevaar was voor de fysieke integriteit van klager zelf, het personeel of andere gedetineerden. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. Aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, besluit de klachtencommissie dat de voorlopige maatregel niet conform de Basiswet werd opgelegd. De klachtencommissie meent dat de klacht tegen de voorlopige maatregel gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming belkrediet ter waarde van 30 (dertig) minuten toe.
Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. In het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Centraal is bepaald dat de gedetineerde de voorwerpen in zijn bezit louter dient aan te wenden voor hun normaal gebruik. De voorwerpen die worden afgewend van hun normaal gebruik worden uit de cel verwijderd. Klager heeft tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaard dat hij de voering van de boxershorts heeft losgemaakt om op die manier zijn jetons daarin te kunnen steken zodat hij zichzelf kan beschermen tijdens onder andere de wandeling. De klachtencommissie meent dat klager op die manier zijn onderbroeken heeft afgewend van hun normaal gebruik en de tuchtrechtelijke inbreuk alsook de in bewaarneming dus terecht waren. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vier dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.