ORDEMAATREGEL
De klacht gaat over een ordemaatregel (afzetting van werk) van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Klager werkte in het werkhuis C3.
In de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 28 november 2024 over “Arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel” worden mogelijke situaties met betrekking tot de afzetting van werk beschreven, die elk met bepaalde gevolgen gepaard gaan. De klachtencommissie stelt vast dat klager onder situatie 2.2 van deze richtlijnen valt, namelijk de gedetineerde begaat een tuchtinbreuk die tot gevolg heeft dat hij niet langer geschikt is voor de arbeidspost of dat de werkrelatie niet langer mogelijk is (vertrouwensbreuk). Deze richtlijnen bepalen dat dit tot onmiddellijk gevolg heeft dat gedetineerd wordt afgezet van werk. Die maatregel moet in alle gevallen schriftelijk worden genomen en worden gemotiveerd. De motivering moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij niet langer als “geschikt” wordt beschouwd.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klacht gaat over een ordemaatregel (afzetting van werk) van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Klager werkte in het werkhuis C3.
In de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 28 november 2024 over “Arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel” worden mogelijke situaties met betrekking tot de afzetting van werk beschreven, die elk met bepaalde gevolgen gepaard gaan. De klachtencommissie stelt vast dat klager onder situatie 2.2 van deze richtlijnen valt, namelijk de gedetineerde begaat een tuchtinbreuk die tot gevolg heeft dat hij niet langer geschikt is voor de arbeidspost of dat de werkrelatie niet langer mogelijk is (vertrouwensbreuk). Deze richtlijnen bepalen dat dit tot onmiddellijk gevolg heeft dat gedetineerd wordt afgezet van werk. Die maatregel moet in alle gevallen schriftelijk worden genomen en worden gemotiveerd. De motivering moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij niet langer als “geschikt” wordt beschouwd.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.