KC16/26-0002
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
VERZUIM - REKENINGEN - WANDELING - BEZOEK - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
De klachtencommissie meent dat klager niet zozeer de beslissing van de directie om de jetons af te schaffen aanvecht maar de weigering van de directie om de waarde van zijn ingeleverde jetons in plaats van op een badge, te storten op zijn rekening. Hierdoor is de klachtencommissie van oordeel dat de klacht niet gericht is tegen de algemene beslissing van de directie zoals aangekondigd op 4 december 2025 en die geldt voor alle gedetineerden in de gevangenis van Leuven Centraal, maar gericht is tegen het antwoord van de directie, of eerder het uitblijven van een antwoord, op de individuele vraag van klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager via Telio de vraag heeft gesteld om een gesprek te hebben met de directie én om zijn geld terug op zijn rekening te krijgen. De klachtencommissie stelt verder vast dat een beambte hierop heeft gereageerd de vraag van klager over te maken aan een directielid maar klager verklaart zelf nooit uitgenodigd geweest te zijn voor een gesprek met de directie. De directie verklaart zelf klager niet gezien te hebben maar dat het antwoord hem schriftelijk werd verduidelijkt. Er werd echter geen antwoord gegeven op de specifieke vraag van klager. Klager heeft enkel de algemene mededeling van 4 december 2025 gekregen. De klachtencommissie besluit dat de klacht gericht is tegen een verzuim van de directie om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen over de vraag van klager van 10 december 2025 om de waarde van de jetons te recupereren op zijn rekening.
Gelet op het feit dat klager zijn jetons conform de mededeling van 4 december 2025 al heeft moeten inleveren op 10 december 2025, dat hij het bedrag van de ingeleverde jetons de facto niet kan benutten omdat hij zich genoodzaakt voelt om niet deel te nemen aan de wandeling hetgeen de enige mogelijkheid is om de badge te gebruiken, dat er intussen nog steeds betaald moet worden met jetons in de bezoekzaal door de bezoekers aangezien de gedetineerden de jetons al hebben moeten inleveren, dat er geen overgangsperiode werd gehanteerd zodat het jetonssysteem langzaam kon uitdoven en dat klager na een half jaar nog altijd geen antwoord heeft gekregen op de vraag om zijn geld te ontvangen op zijn rekening in plaats van de ongebruikte badge, besluit de klachtencommissie dat het verzuim onredelijk en onbillijk is. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie draagt de directie, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen één maand na de kennisgeving van de beslissing van de klachtencommissie het bedrag van de ingeleverde jetons, 224 stuks conform het inleverformulier, over te schrijven naar de rekening van klager.
Klager beklaagt zich daarnaast dat de prijs voor één consumptie op de wandeling niet langer overeenstemt met de waarde van één jeton maar duurder is geworden. De directie verklaart dat deze prijsstijging werd doorgevoerd door de leverancier. Bijgevolg is de klacht niet gericht tegen een beslissing van de directeur. Overigens heeft klager ook geen belang bij deze klacht aangezien hij niet naar de wandeling gaat. De klacht is voor dit onderdeel niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie meent dat klager niet zozeer de beslissing van de directie om de jetons af te schaffen aanvecht maar de weigering van de directie om de waarde van zijn ingeleverde jetons in plaats van op een badge, te storten op zijn rekening. Hierdoor is de klachtencommissie van oordeel dat de klacht niet gericht is tegen de algemene beslissing van de directie zoals aangekondigd op 4 december 2025 en die geldt voor alle gedetineerden in de gevangenis van Leuven Centraal, maar gericht is tegen het antwoord van de directie, of eerder het uitblijven van een antwoord, op de individuele vraag van klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager via Telio de vraag heeft gesteld om een gesprek te hebben met de directie én om zijn geld terug op zijn rekening te krijgen. De klachtencommissie stelt verder vast dat een beambte hierop heeft gereageerd de vraag van klager over te maken aan een directielid maar klager verklaart zelf nooit uitgenodigd geweest te zijn voor een gesprek met de directie. De directie verklaart zelf klager niet gezien te hebben maar dat het antwoord hem schriftelijk werd verduidelijkt. Er werd echter geen antwoord gegeven op de specifieke vraag van klager. Klager heeft enkel de algemene mededeling van 4 december 2025 gekregen. De klachtencommissie besluit dat de klacht gericht is tegen een verzuim van de directie om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen over de vraag van klager van 10 december 2025 om de waarde van de jetons te recupereren op zijn rekening.
Gelet op het feit dat klager zijn jetons conform de mededeling van 4 december 2025 al heeft moeten inleveren op 10 december 2025, dat hij het bedrag van de ingeleverde jetons de facto niet kan benutten omdat hij zich genoodzaakt voelt om niet deel te nemen aan de wandeling hetgeen de enige mogelijkheid is om de badge te gebruiken, dat er intussen nog steeds betaald moet worden met jetons in de bezoekzaal door de bezoekers aangezien de gedetineerden de jetons al hebben moeten inleveren, dat er geen overgangsperiode werd gehanteerd zodat het jetonssysteem langzaam kon uitdoven en dat klager na een half jaar nog altijd geen antwoord heeft gekregen op de vraag om zijn geld te ontvangen op zijn rekening in plaats van de ongebruikte badge, besluit de klachtencommissie dat het verzuim onredelijk en onbillijk is. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie draagt de directie, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen één maand na de kennisgeving van de beslissing van de klachtencommissie het bedrag van de ingeleverde jetons, 224 stuks conform het inleverformulier, over te schrijven naar de rekening van klager.
Klager beklaagt zich daarnaast dat de prijs voor één consumptie op de wandeling niet langer overeenstemt met de waarde van één jeton maar duurder is geworden. De directie verklaart dat deze prijsstijging werd doorgevoerd door de leverancier. Bijgevolg is de klacht niet gericht tegen een beslissing van de directeur. Overigens heeft klager ook geen belang bij deze klacht aangezien hij niet naar de wandeling gaat. De klacht is voor dit onderdeel niet-ontvankelijk.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0251 opgestart