Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0023

Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Geen beslissing directeur
BRIEFWISSELING

De verantwoordelijkheid voor de werking van de in- en uitgaande post ligt bij de directeur. Ook al staan er geen termijnen in het artikel in de Basiswet vermeld, er vloeit wel uit voort dat de directeur zorgvuldig moet handelen, hetgeen betekent dat de post zonder onredelijke vertraging moet verstuurd worden. Zeker als het gaat om post die niet aan controle wordt onderworpen op basis van artikel 56 van de Basiswet. Aangezien klager verklaart dat hij zijn brief op 19.03.2024 opnieuw heeft aangeboden voor verzending en de brief nadien niet is teruggekeerd, neemt de klachtencommissie aan dat de brief toen wel is verstuurd. De klachtencommissie besluit dat de vertraging van één dag omdat de brief per ongeluk is teruggekeerd naar klager, geen verzuim uitmaakt om binnen een redelijke termijn de brief te verzenden. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager heeft in het verleden al klachten ingediend omdat hij meent dat er briefwisseling bestemd voor hem, niet aan hem wordt bezorgd. De klachtencommissie herhaalt nogmaals haar standpunt hierover. Opnieuw stelt de directie dat zij geen beslissing heeft genomen om briefwisseling bestemd voor klager, niet te bezorgen aan hem. De klachtencommissie vermoedt dat klager zich opnieuw niet kan vinden in de werkwijze die de directie reeds in dossier KC16/23-0120 heeft uitgelegd waarbij een postpakket geleverd wordt aan de gevangenis met daarin briefwisseling bestemd voor verschillende gedetineerden waarna de post verdeeld wordt per gedetineerde. De klachtencommissie meent dat dit een legitieme werkwijze is waar klager zich klaarblijkelijk niet bij wil neerleggen. Bij gebreke aan een beslissing van de directie zijn deze klachten niet-ontvankelijk.

Klager verklaart dat er al twee keer enveloppen met briefwisseling afkomstig van de CTRG en bestemd voor hem werden geopend vooraleer ze aan hem werden overhandigd. In de Basiswet is bepaald dat de brieven van de voorzitter en de leden van de Centrale Raad, de maandcommissaris, de voorzitter en de leden van de commissies van toezicht niet onderworpen zijn aan de controle zoals bepaald in de artikelen 55 en 56 van de Basiswet. De briefwisseling die vanuit het secretariaat van de CTRG verstuurd wordt naar een gedetineerde, wordt steeds in een gesloten enveloppe gestoken én op de enveloppe staat duidelijk het logo en de naam van de CTRG vermeld. Bijgevolg mogen deze enveloppen niet geopend worden en mogen de brieven al zeker niet gelezen worden. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar verweer de stellingen van klager niet weerlegd heeft. Aangezien de Basiswet de verantwoordelijkheid voor de werking van de in- en uitgaande post bij de directeur legt, zijn deze klachten ontvankelijk en gegrond.