Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0076

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
BESLISSING NAMENS - PSD - VORMING

In de Basiswet is bepaald dat de gedetineerde in het kader van het uitwerken en het beheer van zijn detentieplan recht heeft op voorbereiding en opvolging door de aan de gevangenis verbonden dienst en dat de veroordeelde die daartoe bereid en bekwaam is, het recht heeft, conform het individueel detentieplan en naargelang van de wijze van strafuitvoering die op hem van toepassing is, binnen, buiten of vanuit de gevangenis een onvoltooide opleiding af te maken, zich om te scholen of bij te scholen, of een beroepsopleiding of voortgezette opleiding te volgen.

Uit de correspondentie tussen de PSD en klager en de deelnemerslijst van de les Power BI blijkt dat klager op 26.02.2026 was uitgenodigd voor een gesprek bij de PSD en op 03.03.2026 les had. Op het moment van de indiening van zijn klacht, verbleef klager op vleugel A, de gesloten sectie in de gevangenis van Leuven Centraal. Bijgevolg was klager afhankelijk van het personeel op de sectie om zijn celdeur te openen en hem naar deze afspraken te laten gaan. Uit de verklaringen van klager en de Telioberichten blijkt dat het personeel beslist heeft om klager niet naar die afspraken te laten gaan hoewel hij daar recht op had. Het penitentiair personeel handelt onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de directie. De beslissing die een penitentiair beambte neemt over de uitvoering van afspraken met de PSD en opleidingsmomenten – waardoor de rechten van een gedetineerde worden gewaarborgd, dan wel aangetast – is dan ook een beslissing namens de directie ten aanzien van die gedetineerde. De klacht is bijgevolg ontvankelijk.

Gelet op de hierboven vermelde rechten van een gedetineerde om gesprekken te hebben met de PSD en opleidingen te volgen, gelet op de communicatie via Telio waaruit blijkt dat het personeel klager niet heeft opgeroepen voor het gesprek met de PSD op 26.02.2026, gelet op de niet-weerlegde verklaring van klager dat het personeel hem bij aanvang van de les Power BI op 03.03.2026 niet heeft opgeroepen terwijl klager meermaals heeft gevraagd aan het personeel of de les doorging en het personeel hem verzekerde van niet waarna klager vervolgens van een medegedetineerde moest vernemen dat er wel degelijk les was, besluit de klachtencommissie dat de beslissing namens de directie onwettig was én onredelijk en onbillijk. Om deze reden is de klacht gegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0253 opgestart